fbpx
Artikel

De belangrijkste kenmerken van de nieuwe pensioenregeling PMT en PME op een rijtje.  

Eén regeling voor twee sectoren

Bij werkgevers en werknemers was er de wens om voor de sectoren Metaal & Techniek en Metalektro zoveel als mogelijk eenzelfde pensioenregeling af te spreken. Dat is gelukt en dat is goed nieuws. Want het scheelt voor veel mensen een hoop gedoe. Wie in de techniek van baan wisselt, gaat regelmatig over van de ene naar de andere sector. Als je pensioenregeling dan hetzelfde blijft, is dat wel zo prettig. Het zorgt ervoor dat een obstakel voor arbeidsmobiliteit is weggenomen. Voor werknemers én werkgevers biedt dat voordelen.

 

Premie: rust en stabiliteit voor vijf jaar

Een ander uitgangspunt bij de onderhandelingen was de wens om te komen tot een stabiele pensioenpremie. Ook die wens is werkelijkheid geworden. De komende vijf jaar blijft de premie bij PME op het huidige niveau, ondanks de onstuimige economische omstandigheden waarin we leven. Bij PMT daalt de premie met circa 0,25% van de loonsom.

Een stabiele premie is voor iedereen van belang. Werkgevers weten zo waar ze de komende jaren aan toe zijn waar het gaat om een belangrijke component van de loonkosten. En ook werknemers hoeven niet meer elk jaar af te wachten hoeveel ze aan pensioenpremie kwijt zijn. Daarmee wordt ook hun nettoloon stabieler. In deze onzekere tijden is dat een mooie opsteker.

 

Standaard pensioenleeftijd wordt 67 jaar

De standaard pensioenleeftijd wordt 67 jaar. Bestaande pensioenrechten worden per 1 januari 2015 omgerekend naar een pensioendatum van 67 jaar. Het maandelijkse pensioen wordt door die omzetting hoger, omdat er minder lang wordt uitgekeerd. De totale waarde van het al opgebouwde pensioen blijft na de omzetting vanzelfsprekend gelijk. 

Maar: eerder stoppen kan ook onder de nieuwe regeling nog steeds. Net als nu geldt: hoe eerder met pensioen, hoe lager de uitkering. En andersom: wie langer doorwerkt, krijgt een hoger pensioen.

 

Jaarlijkse opbouw gaat door wettelijke beperking iets omlaag

Het pensioen dat deelnemers jaarlijks opbouwen wordt aangepast aan het wettelijk maximum van 1,875% van de pensioengrondslag. Dat betekent een zeer kleine verlaging van 0,025% (het opbouwpercentage is nu 1,9%). De verlaging van het opbouwpercentage in combinatie met de verhoging van de pensioen(richt)leeftijd  betekent dat deelnemers iets langer moeten doorwerken om hetzelfde pensioen te bereiken. Hoe dichter men nu al bij het pensioen is, hoe kleiner dit effect.   

 

Franchise omlaag: lagere inkomens worden zoveel als mogelijk beschermd

De komende vijf jaar gaat de franchise (het deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd omdat men ook een AOW-uitkering van de overheid ontvangt) stapsgewijs omlaag. In totaal wordt de franchise € 1000,- lager, terwijl die zonder nieuwe regeling juist zou stijgen. Dat betekent eenvoudigweg dat over een groter deel van het salaris pensioen wordt opgebouwd. Met name voor werknemers met lagere salarissen betekent dat een relatief stevige verbetering van hun pensioenuitzicht. Zo wordt de schade van de wettelijke pensioenversobering voor lagere inkomens beperkt.  

 

Indexatie

De indexatie (jaarlijkse verhoging) van pensioenuitkeringen en opgebouwde pensioenen blijft net als nu voorwaardelijk. Dat betekent dat de pensioenen alleen verhoogd worden wanneer daarvoor voldoende reserves aanwezig zijn. Voor indexatie wordt geen premie betaald. Er bestaat dan ook geen recht op indexatie.

De ambitie van de pensioenregeling is de pensioenen van zowel actieve deelnemers als van gepensioneerden mee te laten groeien met de stijgende prijzen (de prijsindex). Behoud van koopkracht is dus het doel. Wanneer het eerder genoemde premie-egalisatiedepot voldoende middelen bevat, kunnen de opgebouwde pensioenen van actieve deelnemers extra worden verhoogd tot het niveau van de stijgende lonen in de sector (de loonindex).

 

De indexatie-ambitie van de pensioenregeling staat los van de nieuwe wettelijke kaders die strengere eisen stellen aan de buffervorming van pensioenfondsen. Door deze nieuwe regels moeten pensioenfondsen extra reserves opbouwen. Dat kost veel geld. Zeker de komende jaren zal de ambitie om de pensioenen hun koopkracht te laten behouden daardoor moeilijk in de praktijk te brengen zijn.

 

Premie-egalisatiedepot

Wanneer door gewijzigde omstandigheden het huidige kostendekkende premieniveau ruimte overlaat, wordt een premie-egalisatiedepot gevormd. Bij een bepaald niveau van dit depot kunnen middelen hieruit worden aangewend voor een te zijner tijd eventuele extra indexatie van actieve premiebetalende deelnemers.

Andersom geldt: wanneer door een negatieve ontwikkeling van omstandigheden het huidige niveau van de kostendekkende premie in de afgesproken vijfjarige periode op enig moment onvoldoende blijkt, dan kan voor de financiering van nieuw op te bouwen pensioenrechten worden geput uit het opgebouwde premie-egalisatiedepot. De premie wordt gedurende de afgesproken vijf jaar dus niet verhoogd (noch verlaagd). Blijkt het opgebouwde depot dan nog onvoldoende, dan wordt de nieuwe jaarlijkse pensioenopbouw op enig moment voor zover en voor zolang als nodig beperkt.

 

Nabestaandenpensioen

Er wordt een (kapitaalgedekt) nabestaandenpensioen opgebouwd ter hoogte van 50% van het ouderdomspensioen. Dit nabestaandenpensioen kan op pensioendatum worden ingeruild voor een hoger ouderdomspensioen. Andersom kan ook: een deel van het ouderdomspensioen kan op de pensioendatum worden ingeruild voor een hoger nabestaandenpensioen. 

Naast het op te bouwen partnerpensioen is er een verzekerd nabestaandenpensioen ter hoogte van 20% van het ouderdomspensioen. Deze verzekering geldt zolang men pensioen opbouwt en komt te vervallen bij pensionering of wanneer de bedrijfstak wordt verlaten.

 

Vrijwillig extra opbouwen voor hogere inkomens

De nieuwe pensioenregeling in de Metaal & Techniek en Metalektro wordt verplicht voor het inkomen tot € 70.000 per jaar. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

 

Voor het inkomen tussen € 70.000 en € 100.000 biedt de pensioenregeling een per bedrijf vrijwillig af te sluiten aanvullende pensioenopbouw. De (beoogde) opbouw van deze  vrijwillige regeling bedraagt 75% van de basisregeling. De premie is afhankelijk van de gemiddelde leeftijd van de deelnemende werknemers in het bedrijf. Net als de basispremie wordt ook de premie voor deze aanvullende regeling steeds vastgesteld voor een periode van vijf jaar.

Het kabinet eindigt de belastingaftrek voor pensioenpremies voor het inkomen boven € 100.000. Sociale partners hebben ervoor gekozen geen regeling aan te bieden voor het inkomen boven deze grens.

 

Overgangsregelingen

De verschillende overgangsregelingen die nu bij PME en PMT gelden, blijven ongewijzigd.

 

Nadere uitwerking

Het principeakkoord dat werkgevers en werknemers nu hebben gesloten, is een akkoord op hoofdlijnen. De komende periode worden de afspraken nader uitgewerkt. Wanneer over deze afspraken meer bekend is, worden alle betrokkenen verder geïnformeerd.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.