Artikel

BIM voor installateurs

Wat kan werken met een BIM betekenen voor u als installateur? In onderstaand artikel zet Installatie.nl de feiten op een rij. Een ding is duidelijk: Bimmen is veel meer dan alleen de nieuwste versie tekensoftware.

BIM staat voor Bouwwerk Informatie Model. Een BIM-model bevat alle informatie die nodig is om een gebouw, inclusief installaties, snel en foutloos te kunnen bouwen. Dat betekent: een grotere investering aan de voorkant van het bouwproces, die worden terugverdiend aan de achterkant.

Maar Bimmen is niet makkelijk. Goede afspraken en onderling vertrouwen zijn onontbeerlijk. En uiteindelijk kan BIM het vak van de installateur drastisch veranderen.

BIM krijgt zoveel aandacht in de media, dat het lijkt alsof iedereen precies weet waar het over gaat en dat iedereen er ook al volop mee bezig is. Maar dat beeld klopt totaal niet. Uit onderzoeken blijkt telkens weer dat lang niet elke installateur weet wat BIM inhoudt. En slechts één op de vijf installatiebedrijven heeft BIM doorgevoerd in zijn bedrijfsvoering, concludeerde USP Marketing onlangs.

Nederland loopt voor

De Nederlandse installatiesector loopt wel voor op de collega’s in andere Europese landen. Belgische, Duitse en Franse installateurs passen BIM veel minder vaak toe.

Bron: USP Marketing Consultancy

In Nederland vragen veel opdrachtgevers om BIM, en dat is dan ook de reden waarom veel installateurs aanhaken. Om geen opdrachten mis te lopen.

Opdrachtgevers op hun beurt worden enthousiast gemaakt voor BIM door architecten, die al veel verder zijn met BIM dan bouwbedrijven en installateurs. Ook het vooruitzicht van opdrachtgevers om na oplevering van het gebouw een mooi digitaal model meegeleverd te krijgen speelt mee.

Beheer en onderhoud

Want het idee is dat het BIM-model nog veel langer zijn diensten gaat bewijzen. Bijvoorbeeld om onderhoud uit te kunnen voeren. Met één druk op de knop kan je bijvoorbeeld zien welke pompen in het gebouw nagekeken moeten worden en of er nog garantie op zit.

En dus komt onherroepelijk eens de vraag: kunnen jullie ook in BIM? En welke installateur zegt dan graag ‘nee’?

Wat is BIM? Daar is eigenlijk niet makkelijk antwoord op te geven. Er zijn veel antwoorden mogelijk. In de kern is het een doorontwikkeling van de ontwerpsoftware, waardoor veel nieuwe mogelijkheden ontstaan en waardoor het bouwproces anders ingericht gaat worden.

Beginnen met BIM? Waarom en hoe

  1. Opdrachtgevers vragen het

  2. Jonge dynamische werknemers zoeken jouw bedrijf erop uit

  3. Samenwerken in een bouwteam is een verrijkende ervaring

  4. Ontwerpfouten komen niet pas op de bouwplaats boven drijven

  5. CAD-software zal langzaam zal uitfaseren, BIM is een blijvertje

  6. Je hoeft niet meteen aan de slag met Big BIM, kan beginnen met little BIM

  7. Gratis proefversies van BIM-software zijn verkrijgbaar

  8. Haak aan bij ervaren bouwpartners, schroom niet hun hulp in te schakelen

  9. Laat jonge instromers meteen meedraaien in een BIM-project en koppel ze aan ervaren medewerkers met vaktechnische kennis

  10. Ben niet bang, gewoon beginnen, maar doe het wel serieus en weloverwogen

De software

Vroeger werden installatietekeningen op papier gemaakt, met potlood en pen. Dat is lang geleden. Toen kwamen de computerprogramma’s. Eerst 2D CAD (Computer Animated Design), en later 3D CAD.

Eigenlijk was er toen al min of meer sprake van een BIM, maar dan zonder de ‘I’ van informatie. Later werd het mogelijk om specifieke informatie aan objecten in het BIM te hangen. Stilaan gingen ook steeds meer fabrikanten ertoe over om hun producten aan te bieden via BIM-software, zodat bijvoorbeeld een cv-ketel of een rioleringsbuis via een simpele drag-and-drop in het model geplaatst kon worden.

Standalone

AutoCAD van het Amerikaanse softwarehuis Autodesk was altijd al een favoriet tekenprogramma onder installateurs. Het is dus niet verwonderlijk dat de opvolger van AutoCAD, namelijk het BIM-programma Revit, ook een dominantie marktpositie heeft.

Er zijn echter ook andere programma’s, waar veel installateurs met veel plezier mee werken. Dat zijn bijvoorbeeld DDS-CAD van het Duitse softwarebedrijf Nemetschek.
Het Amerikaanse Trimble heeft het in Nederland wel geprobeerd met Sketchup, net als Bentley met AECOsim Builing Designer, maar deze programma’s focussen zich niet meer op de Nederlandse markt.

En dan is er nog het Nederlandse Arkey Systems uit Houten, dat het programma Adomi heeft ontwikkeld en waar een deel van de installateurs mee werkt. Probleem van Arkey lijkt wel dat veel studenten op school niet opgeleid worden met Adomi. Potentiële werkgevers moeten hier rekening mee houden. Zij zullen een hun onbekend softwarepakket eigen moeten maken.

Rekenen

Bovengenoemde programma’s kunnen gerekend worden tot de standalone software. Dat houdt in dat met deze software in principe een mooie installatie gemodelleerd kan worden. Maar rond deze standalone’s is een hele bonte verzameling van add-ons, plugins en extensies ontwikkeld, die het de installateur makkelijker maken, of die nieuwe functionaliteiten toevoegen.

Veel add-ons zijn ontwikkeld door Nederlandse resellers van buitenlandse software. Dat zijn bijvoorbeeld aan Stabicad van Stabiplan, TheModus van Cadac, of Magicad Progman dat wordt geleverd door Admea. Ook Itannex is een grote reseller. Installateurs die deze software gebruiken geven aan dat ze het zonder wel zouden redden, maar dat het ze gemak geeft. En daar betalen ze dan graag wat extra’s voor.

Plugins

Er zijn plugins en add-ons die het mogelijk maken om te kunnen rekenen. Dat kan bijvoorbeeld met Vabi Elements, BINK 9 van BINK/DGMR. Veel fabrikanten hebben inmiddels ook begrepen dat het bieden van BIM-rekentools hen kan helpen om hun eigen producten te verkopen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Geberit Pluvia-plugins waarmee je eenvoudig hemelwaterafvoerberekeningen kan maken.

Een calculatie maken, een bestek inlezen, werkvoorbereiding, bestellen: de klassieke ERP-software is ook steeds vaker geïntegreerd met BIM. Bedrijven die dergelijke software leveren zijn Ibis, Syntess en Compano.

Clash detectie

En er is nog meer software. Het mooie van werken met BIM is dat de verschillende ketenpartners hun modellen met elkaar kunnen vergelijken. Clash-controles heten dit soort sessies. Een luchtkanaal waar geen sparing voor in de vloer is gemaakt bijvoorbeeld, licht als clash op in speciaal daarvoor bedoelde software. Dat is dan makkelijk in het model aan te passen, waardoor er op de bouw geen breekhamer meer hoeft te worden ingevlogen (dit is eigenlijk de essentie van BIM).

De software die dit doet kan gezien worden als een schil om de betreffende modelleersoftware heen. Bekend zijn Navisworks en BIM 360 Glue&Field van Autodesk, maar ook Solibri Model Checker wordt veel gebruikt. Ook zijn er Tekla Bimsight van Trimble en Projectwise van Bentley.

Een pointcloud van de HBS in Brielle. Bron: Ingenieursbureau IOB

3D-scans

Wat ten slotte erg in opkomst is, zijn de 3D-scanners, waarmee bijvoorbeeld renovatieprojecten kunnen worden ingescand en in de modelleersoftware worden ingeladen.

Dergelijke scans zijn ook geschikt voor bouwplaatslogistiek. Je kan bijvoorbeeld goed inplannen op welke plekken in welk stadium van de bouw een hijskraan geplaatst kan worden. Een bedrijf dat van deze mogelijkheid veel gebruik maakt is bijvoorbeeld aannemer De Nijs.

Tekenaar wordt modelleur

Voor een belangrijk deel doet de BIM-modelleur van tegenwoordig nog hetzelfde werk als de tekenaar van vroeger. Hij of zij moet gewoon een nette en functionele installatie kunnen uitwerken.

Maar het takenpakket wordt breder. Veel meer dan voorheen krijgen modelleurs te maken met taken die voorheen door anderen werd uitgevoerd. In principe kunnen ze tegenwoordig eenvoudig vanuit het BIM een bestelling plaatsen bij de groothandel. En ze komen vaker dan vroeger buiten de deur. Want Bimmen betekent samenwerken en veel clashcontroles vinden plaats bij één van de bouwpartners op kantoor, zodat meteen bepaald kan worden wie welke problemen oplost.

Een installatiebedrijf dat besluit te gaan Bimmen, maakt een strategische keuze. Strategische keuzes maak je meestal niet op een namiddagje. Het lijkt dus niet erg verstandig om pas met Bimmen te gaan beginnen op het moment dat zich een opdracht aan dient.

Lastpak in bouwteam

Veel professionals in de markt geven aan dat je dan te laat bent, dat je een lastpak bent voor het bouwteam en dat de kans groot is dat je vanwege deze slechte ervaring BIM voortaan maar links zal laten liggen.

Daar zit veel in. Toch zijn er genoeg opportunisten in de markt die zeggen dat je BIM gewoon maar moet gaan doen. Je zal inderdaad een paar keer je hoofd stoten, maar door er gewoon mee aan de slag te gaan, ben je min of meer gedwongen om snel te leren.

Tips van kenners: haak aan bij partners die van de hoed en de rand weten, maar ga niet de stoere jongen uit hangen. Beloof niet meer dan je waar kan maken, want dat irriteert. Geef aan dat je een beginneling bent. Vaak wordt je dan wel op sleeptouw genomen.

Oefenen op het droge

Wie eerst wil oefenen op het ‘droge’ kan eerst intern gaan Bimmen; dat heet little BIM. Dit in tegenstelling tot Big BIM, waarbij alle bouwpartners werken met hetzelfde model.

Bij BIM maak je dus eerst een model van het gebouw. Dat model is veel meer dan een tekening. Door alle extra informatie in het model, is het zodanig verrijk verrijkt, dat het min of meer een digitale evenknie van het fysieke gebouw wordt.

Daar komt de in de BIM-wereld gangbare uitdrukking vandaan: build it before you build it. Bij een bouwbedrijf als BAM denkt men er inmiddels over om met twee oplevermomenten te gaan werken: de oplevering van het digitale bouwwerk en de oplevering van het fysieke bouwwerk.

Goede afspraken maken

Het leidt geen twijfel dat een set hele goede afspraken nodig is om goed te kunnen Bimmen. Een BIM-protocol legt deze afspraken vast. Zo’n set van afspraken bevordert de samenwerking en zorgt ervoor dat het project niet van claims aan elkaar hangt. Een handig hulpmiddel hierbij is het Nationaal Model BIM Protocol dat is ontwikkeld door de Bouw Informatie Raad.

Het gaat dan over wie voor welk deel van het model verantwoordelijk is, in welke volgorde dingen moeten gebeuren, in welke specificaties men de zaken aanlevert. Van wie de data zijn.

Ook worden afspraken gemaakt over het detailniveau. Zo kan je bijvoorbeeld afspreken de luchtkanalen wel uit te werken, maar dat je niet de ophangbeugels gaat modelleren. Dat de beugels niet gemodelleerd worden, betekent niet dat niemand weet hoeveel van welk type er besteld moeten. Je kan namelijk in zogenaamde ‘spaces’ of ‘zones’ in het model extra informatie
toevoegen. Dan heb je je info wel, maar hoef je die niet uit te tekenen.

Ook is het mogelijk dat je afspreekt het BIM-model later te verrijken. Met een bepaald detailniveau (LOD 500) heb je zoveel informatie in het model dat het mogelijk wordt om vanuit het model beheer en onderhoud van het gebouw uit te voeren. Het gaat dan om garantietermijnen, de bestekcode van STABU en onderhoudsvoorschriften.

Het heeft geen meerwaarde om deze verrijking al in de uitvoeringsfase te doen. Dus kan je afspreken om de verrijking tot LOD 500-niveau na oplevering van het gebouw te doen.

Het laboratorium- en onderwijsgebouw van de faculteit Technische Natuurwetenschappen van de TU Delft zit boordevol installaties. Beeld: ULC/Kuijpers

Slechte BIM-stemming

Maar uiteraard gaat het vaak fout. Idealiter gaat hetzelfde model, steeds iets verder verrijkt, het hele bouwproces door. Maar vaak gebeurt het dat de installateur van de installatie-adviseur een model aangeleverd krijgt waar hij helemaal niets mee kan. En dus gaat hij aan de slag met een nieuw model: niet bevorderlijk voor de BIM-stemming.

De gebruikte data en parameters in het aangeleverde model zijn namelijk vaak heel anders dan de data zoals de installateur ze gebruikt in zijn werk. Het gebeurt bijvoorbeeld dat de installatie-adviseur in het definitieve ontwerp uitgaat van de parameter ‘afmeting’, terwijl de installateur ‘diameter’ gebruikt.

Dat moet dan overal in het model worden aangepast. Hoewel dat een kwestie van copy-paste is, kost het toch behoorlijk wat tijd. Zelfs taal speelt een rol. Het maakt uit of je een parameter omschrijft als ‘design value’ of ‘ontwerpwaarde’. Als bouwpartners hierover geen afspraken maken, matchen de parameters niet.

Om al dit soort grote en kleine misverstanden te voorkomen werken door verschillende instanties (onder meer Uneto-VNI) al jaren aan standaardisering van uitwisselingsformaten, en aanleverspecificaties en dergelijke. Een van die ondernemingen is de Uniforme Objecten Bibliotheek, die steeds verder gevuld raakt.

BIM blijft

BIM is geen voorbij waaiende trend. Digitalisering blijft. Daar is geen twijfel over mogelijk. Het is niet gezegd dat elk installatieklusje straks eerst een BIM-model krijgt. Maar het zal niet alleen bij grote kantoren of andere utiliteitsgebouwen blijven. Het is nu al helemaal niet meer zo gek om een enkele woning in BIM te modelleren.

Installatie-adviseurs kunnen ook met Revit werken en zijn in staat het hele ontwerp tot in het kleinste detail uit te werken. Installateurs die liggen te slapen, moeten niet gek opkijken als ze straks alleen nog wat spullen hoeven te bestellen en die op de bouw, half geprefabriceerd (ook dat is een gevolg van BIM), in elkaar hoeven te klikken.

Zoals een kleine installateur onlangs zei: “Ik oriënteer me op BIM omdat we willen meedenken en niet alleen de ‘man met de handjes’ zijn.”