Rookgasafvoer

CLV-renovatie: de FAQ’s

De renovatie van centrale rookgasafvoerkanalen en luchttoevoerkanalen (CLV) in gestapelde bouw vormen een uitdaging bij ketelvervanging. Vaak is zo’n systeem opgeleverd met allemaal VR- of eerste generatie HR-ketels. Aanpassing of soms zelfs vervanging is noodzakelijk om de veiligheid en goede werking van alle toestellen te borgen.Struikblok vormt vaak de VVE: die moet wel nut en noodzaak zien van aanpassingen.

In het novembernummer van Installatie en Sanitair leest u het artikel ‘Schacht vol uitdagingen’ over de veranderingen in de NPR 3378. Sterkin heeft aangesloten vakinstallateurs op informatie-avonden voorgelicht over de veranderingen.

Installatie.nl zet de belangrijkste aandachtspunten rondom dit thema in de vorm van FAQ’s op een rijtje.

Over welke soort gebouwen hebben we het?

Over gestapelde bouw, beter gezegd: appartementsgebouwen. Vanaf de jaren negentig verscheen er veel sub-hoogbouw in woonwijken. Appartementen met vier tot zes verdiepingen, waarbij het lastig is om ketels allemaal met eigen rookgasafvoeren naar het dak te brengen. Er zou anders een spaghetti van rookgasafvoeren ontstaan. Een Combinatie Luchttoevoer Verbrandingsgasafvoersysteem (CLV) bleek de oplossing. Vaak concentrisch in uitvoering, gemaakt van aluminium (80%) of RVS (20%). Ook werden vanaf de jaren negentig –vooral in de Randstad- bestaande flatgebouwen verketeld en voorzien van een CLV of half-CLV (alleen rookgasafvoer, luchttoevoer via gevels). Daarop werden eerst VR-, vanaf de millenniumwisseling HR-ketels aangesloten.

Waarom is zo’n CLV nu in de picture?

De eerste CLV-systemen zijn zo’n 25 tot 30 jaar oud. Ouderdom slaat toe. Condens uit rookgassen laat het materiaal slijten. Afdichtingsringen raken soms lek en rookgassen kunnen in de buitenbuis of in een extreem geval in de schacht terecht komen. Daarnaast is de werking van veel CLV-systemen gebaseerd op thermische trek met onderaan een open verbinding tussen rookgasafvoer en luchttoevoer. Zo’n systeem is daarom ongeschikt voor HR-ketels met een lage temperatuur van de rookgassen. Soms ontbreekt zelfs een condensopvang onderin. De berichtgeving rondom koolmonoxidevergiftiging hebben de aandacht voor dit installatie-onderdeel meer onder de aandacht gebracht.

Wat zegt de wetgeving over een CLV-systeem bij ketelvervanging?

De bijgewerkte gasvoorschriften verwoord in de NRP-3378 (deel 45 – 2017) zeggen dat hergebruik na de verwachte levensduur van een gastoestel (bepaald op 15 jaar) onder ‘bepaalde voorwaarden mogelijk is.” Dat geldt alleen voor een concentrisch CLV-systeem. Een inpandig parallel CLV-systeem moet wel altijd worden vervangen (dus na 15 jaar). Dat heeft onder meer te maken met de afdichtingen. Bij lekkage komen de rookgassen direct in de schacht terecht en niet in de buitenpijp van zoals bij een concentrisch systeem. Een uitpandig parallelsysteem mag ook hergebruikt worden, staat te lezen in deel 45 van de nieuwe NPR 3378.

Hamvraag: van wie is het rookgaskanaal?

Daar dient zich een probleem aan. In gebouwen van woningcorporaties worden vaak tegelijkertijd cv-ketels opgeruimd en vervangen. Het CLV-systeem is dan onderdeel van het plan van aanpak. Anders is dat bij appartementswoningen van professioneel beleggers of particuliere eigenaren. De VVE is eigenaar van het kanaal. Bewoners laten een ketel vervangen als die stuk is. Het moet snel, snel en goedkoop. Niemand kijkt naar het CLV-systeem om. Ook veel installateurs weten niet waarop ze aansluiten in een flatgebouw. Installateurs hebben volgens de gasvoorschriften de plicht om VVE’s op de gevaren van een verouderd CLV te wijzen. Nu veel systemen over de levensduur heen zijn, is het een serieuze zaak. De rijksoverheid is zich dit bewust en heeft voor VVE’s een handreiking opgesteld. Wijs als installateur VVE’s op die publicatie.

Welk effect heeft de stap van VR naar HR op het afvoerkanaal?

Wat er moet gebeuren is afhankelijke van het type CLV-systeem. Zijn er in eerste instantie VR-ketels op aangesloten, dan zijn de aanpassingen en de impact het grootst. Zo’n CLV-systeem kent aan de onderkant een open verbinding tussen afvoer en luchttoevoer. De temperatuur van de rookgassen van oude VR-ketels was zo hoog, dat een hoge  trek in de verticale pijp ontstond. De lucht wordt aan de onderkant via de luchttoevoer aangezogen om die trek te verminderen. Bij de huidige HR-ketels zijn de rookgassen al zo afgekoeld dat er nauwelijks of helemaal geen trek ontstaat, zeker als maar één toestel in bedrijf is. De rookgassen zakken naar beneden en komen in de luchttoevoer terecht. Met als gevolg dat toestellen  op de lagere verdiepingen rookgassen aanzuigen en in storing kan springen of koolmonoxide in de rookgasafvoer blaast.

Als het CLV-systeem van onderen ‘dicht’, is, is er geen probleem?

Jawel, want de koude rookgassen kunnen nog steeds naar beneden zakken in het rookgaskanaal. Niet meer tot in de luchttoevoer, maar wel in de ketels op de onderste etages. Dat is niet wenselijk omdat via de ketel de rookgassen weer in de luchttoevoer kunnen komen maar ook via kleinere lekpunten zoals de verouderde verbindingstechnieken. Elke HR-ketel op een CLV-systeem moet daarom -volgens de nieuwe voorschriften- voorzien zijn van een ingebouwde rookgasklep. Inmiddels hebben alle ketelfabrikanten aangepaste toestellen voor CLV-systemen. Het gaat om type C4 toestellen met een ingebouwde klep of de nieuw op de markt komende C10-toestellen.

Mag ik ook een losse rookgasklep gebruiken?

Lastige vraag, want Cox Geelen levert zo’n klep voor montage  “in de rookgasleiding bovenop de cv-ketel.” Volgens de Limburgse fabrikant is dit een alternatief voor HR-ketels met ingebouwde rookgasklep. Voorwaarde voor deze oplossing is dat de cv-ketel geschikt moet zijn voor overdruk, meldt Cox Geelen op de website. Jan Mondria van Breman Schoorsteentechniek nuanceert de verwachten van een losse rookgasklep. Die mag alleen worden geplaatst bij ketels die in combinatie met de klep zijn gekeurd. Die zijn er niet. “De installateur dient dit na te vragen bij de ketelfabrikant,” zegt Cox Geelen. Zolang er geen goedgekeurde ketels-klep combinaties zijn, is het eigenlijk een nutteloze klep.

Is een CLV sowieso wel geschikt voor hergebruik?

Veroudering–in tegenstelling tot een individueel rookgasafvoerbuis- speelt bij een concentrisch CLV in iets mindere mate. Na 15 jaar of 20 jaar is de wanddikte vaak nog voldoende. Een inspectie moet de doorslag geven. Bonarius Installatie heeft hier al de nodige ervaring mee, vertelde Han van Erkel in dit webinar (gratis kijken na registratie). “Pas na inspectie is een zinnig woord te zeggen over de kwaliteit van het kanaal.” Een inspectiebedrijf gaat met een camera het CLV-systeem in en ze bekijken ook enkele aansluitingen in de woning.

Wat blijkt uit zo’n inspectie?

Het blijkt vaak dat CLV-systemen minder slijtage vertonen en dus nog wel ‘hergebruikt’ kunnen worden, zoals de NRP 3378 het uitdrukt. Maar er zijn valkuilen, weten ze bij Bonarius. “Ook een ogenschijnlijk degelijk RVS-kanaal kan zwakheden vertonen, doordat bijvoorbeeld rubbers zijn uitgedroogd, of niet goed gebeugeld zijn en daardoor de rookgasafvoerkanalen uit elkaar zakken.” Over aluminium heeft de renovatiespecialist een duidelijk standpunt. “Aluminium kanalen sowieso vervangen, omdat je niet goed kunt zien of meten of de wanddikte van het kanaal op alle plekken nog wel voldoende is.“ Jan Mondria van Breman Schoorsteentechniek deelt die mening. Een camera-inspectie geeft niet altijd goed de zwakke plekken in aluminium en ook niet in RVS weer. “Hergebruik van aluminium en RVS bevelen wij niet aan omdat je de zekerheid niet hebt voor de komende 15 jaar.” Schakel bij twijfel een specialist in.

En wat als een CLV wordt afgekeurd?

Dan is de veiligheid van de rookgasafvoer niet meer te garanderen, en is actie écht noodzakelijk. Dan is sloop en/of vervanging een mogelijkheid. Het nadeel is dat in veel gevallen de schacht open moet, en dat maakt een klus omvangrijk en kostbaar. Dit kán in incidentele gevallen voorkomen worden door een systeem toe te passen die in de bestaande afvoer wordt doorgevoerd. Dit moet echter wel technisch haalbaar zijn.

Is totale vervanging altijd noodzakelijk?

Nee, er zijn ook andere technieken. Een daarvan is pijp-in-pijp. Vaak is de diameter gebaseerd op VR-ketels met thermische trek. De overdruk van HR-ketels vereist een minder grote diameter zodat er een nieuwe pijp in kan worden geschoven. Ter hoogte van de ketelaansluiting is het wel even priegelwerk om de nieuwe binnenpijp op de ketel aan te sluiten. Dat gebeurt door een klein gaatje in de schachtwand te maken, zegt Jan Mondria van Breman Schoorsteentechniek. “Het gaatje in de wand herstellen we bouwkundig en brandwerend.” Een andere oplossing is het coaten van de buis met een inliner-systeem. Monteurs laten een kous het kanaal inzakken en zetten die met stoom vast tegen de wand. Een robotzaag zaagt de zijopeningen erin. De kous is bestand tegen hoge temperaturen. Importeur Easy-Liner benadrukt dat daardoor ook oude VR-toestellen op het gerenoveerde rookgaskanalen mogen lozen. Belangrijk is om te weten wie na het aanbrengen verantwoordelijk is voor het opgelapte CLV-systeem.

In tegensteling tot CLV-systemen die soms langer meekunnen dan 15 jaar, mag een aluminium rookgasafvoer van 80 mm niet een tweede ketelleven mee. Zo’n rookgasafvoer moet altijd vervangen worden, staat nadrukkelijk in de NPR. Maar dat is onmogelijk als de pijpen in onbereikbare schachten twee, drie, vier verdiepingen overbruggen. Een gangbare oplossing is een nieuwe dunnere binnenpijp er in stoppen.

Kunnen we nieuwe pijp door bestaande afvoer voeren?

Alle bekende fabrikanten (zie onderaan) hebben systemen met dunne flexibele rookgasafvoeren, vaak in kunststof, maar ook in RVS en star aluminium. Compleet met bijpassende muurdoorvoer en dakkap. Vroeger in 80 of 60 mm, maar nu is 45 of 50 mm beschikbaar. Je duwt ‘m van bovenaf makkelijk door de 80 mm buis naar beneden. Hierdoor is een oplossing zonder hak en breekwerk in de schacht mogelijk. Wel even letten op parkers, dus niet doorrammen als het moeilijk gaat. Ook maar hopen dat er niet teveel bochten inzitten. Een camera-inspectie vooraf is geen overbodige luxe. Bij sommige flexibele binnenpijpen moet je afstandshouders monteren, de ander mag gewoon los in de oude rookgasafvoer hangen. Wel even informeren of de ketel op zo’n dunne rookgasafvoer –zeker bij grote afstand – nog voldoende opvoerhoogte heeft.  En goed de voorschriften van de fabrikanten toepassen.

Kan ik ook de oude rookgaspijp coaten?

Net als een CLV kan ook de 80 mm pijp van een kous worden voorzien. Het voordeel is dat bijna de volledige oude diameter benut blijft. Ook hier geldt dat Easy-Liner niet over een Nederlandse goedkeuring beschikt, wel een verklaring van de brandweer Zaandam bijvoorbeeld. Goed checken, wanneer u dit overweegt!

Hebben jullie nog wat algemene tips?

  • Schakel voor technische ondersteuning fabrikanten of adviseurs in. Voor projectadvies zijn de technische adviseurs van rookgasafvoerfabrikanten en groothandel altijd genegen om technisch te ondersteunen. Neem ook ter overweging dat de volledige technische uitvoering door een specialist gerealiseerd kan worden, zoals ook in de NPR 3378 deel 45 wordt gesteld.
  • Maak gebruik van moderne inspectietechniek zoals camera’s, en documenteer de resultaten goed. Maak voldoende foto’s.
  • Gebruik uw vakkennis en die van uw leveranciers om opdrachtgevers te overtuigen van de veiligheid en verantwoordelijkheid rondom een goede rookgasafvoer.
  • Let op de brandveiligheid: de aansluitingen op de centrale schacht moeten brandveilig worden afgewerkt. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de voorgeschreven brandmanchetten.
  • Onderschat de communicatie van zo’n traject niet. De gemiddelde VVE is slecht op de hoogte van de techniek, en het belang. De voorbereidingstrajecten zjin vaak lang en stroperig. In de uitvoering zitten bewoners tijdelijk zonder verwarming en warm water, en worden in hun privacy aangetast. Maak tijd en ruimte voor communicatie over wat u gaat doen, de workflow en wat bewoners mogen verwachten.
  • Ga altijd voor veiligheid. Wijs uw opdrachtgever op mogelijke gevaren en verantwoordelijkheden, en lever alleen installaties op waar u achter staat.

Welke fabrikanten leveren CLV-systemen?

Dat zijn er veel. Dit zijn de fabrikanten die vooral op de Nederlandse markt actief zijn.

Andere relevante links?

 

Tekst: Richard Mooi/Installatie.nl

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven