fbpx
Artikel

Hoofdbrekens bij renovatie CLV-systeem

Uitsluitend een ketel vervangen in appartementen is vragen om problemen. Een ketel met ingebouwde terugslagklep is verplichte kost, maar aanpassing van het CLV-kanaal is ook nodig.

Het is nu aan de orde van de dag: appartementsgebouwen uit het midden van de jaren negentig, waar bewoners een nieuwe ketel laten plaatsen. Vanaf die periode verdween blokverwarming uit gestapelde woningbouw. Een eigen CV-keteltje in elk appartement kwam ervoor in de plaats. In gestapelde woningbouw met maximaal 3 à 4 verdiepingen verdwijnen rookgassen vaak via afzonderlijk pijpjes van 80 mm naar het dak. Maar in hogere gebouwen is veelal een collectief CLV-systeem geïnstalleerd, oftewel een Combinatie Luchttoevoer en Verbrandingsgasafvoer. Ketels van meerdere etages zijn daarbij op een gezamenlijk verticaal CLV-systeem aangesloten. Beide oplossingen zorgen nu voor problemen en bezorgdheid bij Rogafa, de Vereniging van Nederlandse Fabrieken van Gasafvoerleidingsystemen. Wat is er aan de hand?

Thermische trek

In de oude situatie zijn VR- of HR100-ketels op de collectieve rookgasafvoer aangesloten, verduidelijkt Jan Mondria van Breman IJsselmuiden, lid van RGA-fabrikantenkoepel Rogafa. De temperatuur van de rookgassen van die oudere toestellen is behoorlijk hoog en er ontstaat thermische trek in het kanaal. Zo sterk zelfs dat aan de onderzijde de rookgasafvoer open moet blijven om te voorkomen dat onder in het gezamenlijke afvoerkanaal te sterke onderdruk ontstaat. “Omdat er veel trek in het kanaal ontstond, moest er aan de onderkant worden bijgemengd.” De uitmonding op het dak was ook niet erg kritisch, door die stevige thermische trek.

Storingen

De afgelopen jaren zijn steeds meer oudere VR- en HR-ketels vervangen door HR107-ketels met een zeer lage rookgastemperatuur. Goed voor het ketelrendement, maar minder goed voor de werking van de CLV. Mondria: “Wat er gebeurt, is dat de rookgassen in het kanaal naar beneden vallen en als het ware gaan opbouwen net zolang tot er weer voldoende warmte is en de trek op gang komt. Dan blijft de CLV wel goed werken, maar dat betekent dat deze elke dag op gang moet komen.” Doordat de rookgasafvoer aan de onderzijde met de luchttoevoer is kortgesloten, komen de gezakte rookgassen zelfs in de luchttoevoer terecht. Het CV-toestel op het laagste punt krijgt via de luchttoevoer rookgassen voor de kiezen en zal op storing springen.

Luchtklep

Om de werking van de CLV-rookgasafvoer te waarborgen, moet die aan de onderkant, op het laagste punt, worden afgesloten zodat de rookgassen niet meer in de luchttoevoer terechtkomen. Dat is maatregel één. Toch zullen ook in deze situatie − moderne HR-ketels met lage rookgastemperatuur − vaak de rookgassen naar beneden zakken. Om te voorkomen dat deze in de onderste toestellen terechtkomen, moeten deze toestellen zijn voorzien van een klep. Vrijwel alle fabrikanten leveren HR-toestellen met ingebouwde luchtklep voor aansluiting op een CLV-systeem.

Geen belemmeringen

Tenslotte moet ook naar de uitmonding van het CLV-systeem worden gekeken. In de oude situatie was die niet erg kritisch, door de relatief warme rookgassen trok het kanaal toch wel. “Aan de bovenkant moet dit in een vrij uitmondingsgebied uitkomen, zodat de uitmonding mee gaat werken aan onderdruk in het kanaal. Dat betekent dat de uitmonding vrij van belemmeringen moet zijn. Daar moet veel meer aandacht voor komen.”

Totaaloplossing

Bovenstaand voorbeeld maakt duidelijk dat de maatregelen allemaal tegelijk moeten worden uitgevoerd door een installateur met kennis van zaken. Maar dit gebeurt in de praktijk niet. Mondria, die geregeld lezingen houdt bij woningcorporaties, zucht: “Dat maakt het allemaal zo gecompliceerd. Je hebt te maken met eigenaarschap, maar dat gaat alleen over het CV-toestel. En je hebt het gezamenlijke eigenaarschap en dat gaat over de afvoertechniek. Dit staat een goede totaaloplossing in de weg.”

Zorgplicht VvE

Mondria vindt dat VvE’s een zorgplicht hebben ten aanzien van de gezamenlijke rookgasafvoer. “Je kunt het eigenlijk een individuele installateur niet kwalijk nemen.” Hij probeert om via belangenorganisaties voor VvE’s het onderwerp op de agenda te krijgen, maar daar wordt vaak schouderophalend gereageerd. Er zijn overigens wel VvE’s die maatregelen nemen. Vaak omdat er een deskundige in het bestuur zit, of omdat er problemen ontstaan met (nieuwe) ketels. Die kunnen echter ook pas na jaren ontstaan.

Installateursrol

Een deel van de problemen is al te tackelen door geschikte HR-ketels te plaatsen. Mondria: “Alle toestellen op een CLV-systeem moeten voorzien zijn van een klep.” Maar omdat een integrale aanpak ontbreekt, en veelal niemand de regie op zich neemt, vindt de Rogafa dat installateurs de VvE’s wakker moeten schudden. “Maak een uitleg op papier waarin je de dingen uiteenzet. Hoe de oude situatie is en welke problemen er kunnen gaan komen. En dat je eigenlijk de ketel niet mag aansluiten, omdat eerst de afvoertechniek moet worden bekeken.” Eigenlijk vindt Mondria dat installateurs een nieuwe ketel, ook met terugslagklep, niet zondermeer op het CLV-systeen mogen aansluiten, als ze niet weten wat voor andere toestellen er nog meer zijn aangesloten. Maar dan zit een bewoner in de koude, begrijpt Mondria.

Kleine kans op ongelukken

Uneto-VNI waarschuwt in een ledenbrief dat installateurs bij ketelvervanging altijd de rookgasafvoer en dakdoorvoer moeten vervangen. De levensduur van een aluminium of roestvaststalen afvoer is maximaal 15 tot 20 jaar. Een nieuw toestel zou betekenen dat de rookgasafvoer voor zo’n 30 à 40 jaar moet functioneren. Maar deze waarschuwing geldt volgens Mondria niet voor de meeste CLV-systemen. “We controleren er veel en je ziet dat systemen wel verouderd zijn maar toch best nog goed zijn.” Maar dat betekent niet een vrijbrief. “We zeggen daarom: we denken wel dat deze (na inspectie) nog 15 jaar mee kan, maar we vinden het toch verstandig om na een aantal jaren nog een keer te kijken, afhankelijk van de bevindingen tijdens de inspectie.” Nu VvE’s zich nauwelijks met CLV-systemen bezighouden, zou je denken dat er eerst ongelukken moeten gebeuren. Maar daarvoor is Mondria niet zo bang. “Omdat het een in zichzelf veilig systeem is. Rookgassen lekken dan wel naar de luchttoevoer en de CV gaat slecht functioneren, maar mensen gaan niet de pijp uit.”

Tekst Richard Mooi, foto’s Breman IJsselmuiden, Ludo van Arem

Dit artikel is verschenen in Installatie en Sanitair 6-2015. Klik hier voor een voordelig (proef)abonnement.