Artikel

Wat betekenen de kabinetsplannen voor u?

Een flink aantal plannen dat het kabinet Rutte III afgelopen week presenteerde, raken de ondernemers in de technische installatiebranche. De specialisten van brancheorganisatie Uneto-VNI hebben de Miljoenennota voor u geanalyseerd. Een overzicht op het gebied van de vijf belangrijke thema’s: arbeidsmarkt, economische en fiscale zaken, onderwijs, klimaat en energie en digitalisering.

1)Arbeidsmarkt

De mogelijkheid om tijdelijke contracten af te sluiten, wordt verruimd. Nu kunnen werkgevers twee contracten in drie jaar afsluiten. Dat worden drie contacten in drie jaar met een tussenpoos van zes maanden.  Over belangrijke onderwerpen zoals een nieuwe zzp-wetgeving, loondoorbetaling bij ziekte bij kleine werkgevers en aanpassing van de pensioenwetgeving hakt het kabinet geen knopen door. Uneto-VNI is blij met versoepeling van het ontslagrecht. Ontslag wordt mogelijk op basis van een combinatie van gronden, er komt een lagere transitievergoeding en een verruiming van de mogelijkheden om scholingskosten met de transitievergoeding te verrekenen.

Wet arbeidsmarkt in balans

In het najaar van 2018 gaat dit wetsvoorstel naar de Tweede Kamer. De voorgestelde maatregelen maken flexibele en tijdelijke contracten duurder, door premiedifferentiatie en een ontslagvergoeding vanaf de dag van indiensttreding. Uneto-VNI is daar niet blij mee: de installateurskoepel vindt dat flexibele arbeid betaalbaar moet blijven. Handhaving van de huidige sectorindeling en lastendekkende premies zijn daarvoor nodig.

Wijzigingen transitievergoeding

Er komt vanaf 1 januari 2020 een verruiming van de aftrekbaarheid van inzetbaarheidskosten. Dat betekent dat de ondernemer de gemaakte (scholings)kosten mag verrekenen met de transitievergoeding als die worden gemaakt voor doorstroming naar een andere functie in het bedrijf.

Op basis van het wetsvoorstel transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden en langdurige arbeidsongeschiktheid worden werkgevers vanaf 1 april 2020 gecompenseerd voor de betaalde transitievergoeding. Dit gebeurt met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015. Ook voor ondernemers die stoppen met hun bedrijf of bij arbeidsongeschiktheid komt er een compensatie van de transitievergoeding. Die zal gelden voor bedrijven met minder dan 25 werknemers en vermoedelijk ingaan op 1 januari 2020.

Begin 2019 komt er een verruiming en aanpassing van de criteria voor de overbruggingsregeling van de transitievergoeding. Bedrijven met minder dan 25 werknemers kunnen op deze regeling een beroep doen als de vergoeding die ze moeten betalen hun bedrijfseconomische positie verslechtert. De huidige regeling loopt tot 1 januari 2020.

Extra geboorteverlof

Partners krijgen vanaf 1 januari 2019 na de geboorte van een kind een hele werkweek volledig doorbetaald verlof. Dit gebeurt op basis van de (Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG). De ouders mogen de vrije dagen meteen opnemen of in de eerste vier weken na de geboorte. Ze mogen daarnaast vanaf juli 2020 binnen zes maanden na de geboorte nog vijf weken extra verlof opnemen tegen een uitkering van 70 procent van het loon. Het UWV vergoedt dit aan de werkgever. Het adoptie- en pleegouderverlof wordt per 1 januari 2019 verlengd van vier naar zes weken.

Nieuw pensioenstelsel

Het kabinet wacht op een advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) over een nieuw, toekomstbestendig pensioenstelsel. Dit stelsel moet ruimte bieden om de pensioenen voor deelnemers en gepensioneerden op korte termijn te verhogen. Werkgevers vinden het daarnaast belangrijk dat premies op de langere termijn stabiel blijven. Onderzocht wordt wat het effect is van de afschaffing van de doorsneepremie en de financiering daarvan.

 Meer mensen met een beperking aan de slag

Het kabinet wil meer mensen met een beperking aan het werk helpen. Daarom wordt het eenvoudiger voor werkgevers om loonkostensubsidie voor deze werknemers te verkrijgen. Uitgangspunt is dat werken met een loonkostensubsidie aantrekkelijk wordt. Dit geldt ook voor mensen in deeltijd. Er komt in elke arbeidsmarktregio een herkenbaar contactpunt om meer werknemers met een beperking aan een baan te helpen. UWV en gemeenten zetten de contactpunten op en het bedrijfsleven kan zich hierbij aansluiten.

Premies Sociale Zekerheid 2019

De inkomensafhankelijke zorgpremie die werkgevers moeten betalen voor hun werknemers gaat van 6,90 procent in 2018 naar 6,95 procent in 2019. Deze premie geldt in 2019 over de eerste 55.923 euro van het brutoloon. De Awf-premie in 2019 – die van toepassing is op het WW-deel na de eerste zes maanden-  neemt toe van 2,85 procent naar 3,25 procent. De Aof-premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds stijgt van 6,27 procent naar 6,47 procent. Uneto-VNI gaat deze premiestijging aan de kaak stellen bij de overheid aangezien het aantal uitkeringen al langere tijd daalt. Alleen de sectorpremie voor de eerste zes maanden WW daalt van 0,70 procent naar waarschijnlijk 0,29 procent.

 2)Economische en fiscale zaken

Volgens Uneto-VNI is het belangrijk dat de inkomsten- en vennootschapsbelasting voor het eerst sinds jaren omlaag gaat. Daar staat helaas tegenover dat dga’s te maken krijgen met een verhoging van het box II-tarief. Daarmee worden ondernemers gestraft die spaarzaam zijn geweest toen dat nodig was. Deze maatregel gaat ten koste van de investeringskracht van onze mkb-ondernemers.

Verlaging tarieven vennootschapsbelasting

Belast bedrag (winst) 2018 2019 2020 2021
€ 0,- tot € 200.000,- 20% 19% 17,5% 16%
Vanaf € 200.000,- 25% 24,3% 23,9% 22,25%

Verliesverrekening

Vanaf 2020 gaat de verliesverrekening van negen jaar naar zes jaar. Dit houdt in dat u verliezen uit 2020 tot maximaal 2026 mag verrekenen.

Beperking renteaftrek

Voortkomend uit een Europese richtlijn is er een voorstel voor een earnings-strippingregeling ingediend. Dit komt erop neer dat vanaf 2020 rentekosten slechts aftrekbaar zijn tot maximaal 30 procent van de fiscale winst (resultaat voor rente, belastingen, afschrijvingen en waardering van goodwill). Hiervoor geldt wel een minimum van 1 miljoen euro. Dus 1 miljoen is altijd aftrekbaar van de winst, ook al is het meer dan 30 procent van de winst. Er geldt een uitzondering van deze regel voor bestaande publiek-private infrastructurele samenwerkingsprojecten.

Inkomstenbelasting

Verlaging tarieven

Momenteel zijn er vier belastingtarieven in de inkomstenbelasting. Daar blijven er in 2021 twee van over. Tot een inkomen van 68.507 euro geldt dan een tarief van 37,05 procent en daarboven geldt een tarief van 49,5 procent. De maximale hypotheekrenteaftrek en de zelfstandigenaftrek volgen deze geleidelijke verlaging van het toptarief.

Vereenvoudiging en wijziging kleine ondernemersregeling

Vanaf 2020 geldt dat een ondernemer bij een verwachte omzet onder 20.000 euro ervoor kan kiezen om vrijgesteld te zijn van btw. Dit houdt in dat je dan geen btw in rekening hoeft te brengen, maar betaalde btw ook niet kan terugvorderen.

Overige wijzigingen

Tarief Box 2 voor de directeur-grootaandeelhouder

2018 2019 2020 2021
Belastingtarief 25% 25% 26,25% 26,9%

 Rekening-courant dga’s

Het kabinet wil vanaf 2020 rekening-courantschulden van directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) fiscaal beperken. Voor zover een rekening-courantschuld meer bedraagt dan 500.000 euro zou deze worden belast in box 2 als dividenduitkering. Deze maatregel is alleen genoemd in de Miljoenennota en niet uitgewerkt. Zo is ook onbekend of er overgangsrecht komt om geleidelijke afbouw van bestaande rekening-courantverhoudingen mogelijk te maken.

Bijtellingstarief fietsen

Vanaf 2020 komt er een vast bijtellingstarief voor fietsen (inclusief e-bikes en speed pedelecs) van 7 procent.

 Vermogensbelasting (Box 3)

Het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd tot 30.360 euro per persoon. Het forfaitaire rendement van de vermogensschijven wijzigt naar 1,94 procent (van 30.360 euro tot 102.010 euro), 4,45 procent (van 102.010 euro tot 1.020.096 euro) en 5,60 procent (meer dan 1.020.096 euro).

3)Onderwijs

Extra investeringen in het technisch onderwijs. Dat is goed nieuws, maar niet genoeg volgens de brancheorganisatie. Er moet méér gebeuren. De beschikbaarheid van technische vakmensen wordt hét knelpunt van de energietransitie. Extra investeringen zijn daarom dringend noodzakelijk.

Meer investeringen in het technisch vmbo

Uneto-VNI is tevreden met de investering van 100 miljoen euro in het technisch vmbo en een verlenging van het Regionaal Investeringsfonds voor 2019 – 2022 voor in totaal 100 miljoen euro.

Bezuiniging op BBL

Dankzij de lobby van Uneto-VNI is een voorgenomen bezuiniging van 19,5 miljoen euro op de subsidie voor praktijkleren, de zogenoemde beroepsbegeleidende leerweg (BBL), van de baan. De voltallige Tweede Kamer steunde een motie die hiertoe opriep. De BBL is hét succesverhaal van het technische onderwijs. De installateursvereniging vindt daarom dat de regeling ook na 2019 volledig en structureel moet blijven bestaan.

Hybride docent

De inzet van ‘hybride’ docenten die deels in het installatiebedrijf en deels in het beroepsonderwijs werkzaam zijn kan helpen om het nijpende docententekort te verminderen. Helaas ontbreekt deze duurzame oplossing voor het docententekort in de plannen van dit kabinet.

Onvoldoende inzet voor Leven Lang Ontwikkelen

De technische ontwikkelingen gaan razendsnel. Dat vraagt om een grote wendbaarheid en aanpassingsvermogen van werknemers. Onze technici moeten zich continu kunnen blijven ontwikkelen en in staat worden gesteld nieuwe vaardigheden aan te leren. Het kabinet toont op dit punt echter onvoldoende ambitie en investeert slechts 7,5 miljoen euro voor een leven lang ontwikkelen. Uneto-VNI vindt dat een druppel op een gloeiende plaat. Voor de branchevereniging is het niet te verteren dat er netto wordt bezuinigd op het mbo, de sector waar een ‘leven lang ontwikkelen’ vorm moet krijgen en waar we de aantallen techniekstudenten zien afnemen.

 4)Klimaat en energie

De energietransitie staat hoog op de agenda. Uneto-VNI vindt dat de omslag naar een duurzame energievoorziening nóg sneller zou kunnen verlopen. Om in 2030 de uitstoot van CO2 met 49 procent te verlagen, is extra inzet voor de scholing van technici bijvoorbeeld hard nodig. In de Miljoenennota staat slechts een korte passage over de klimaatopgave. Het wachten is op de uitwerking en goedkeuring van het Klimaatakkoord voordat de concrete plannen duidelijk worden.

Belasting op aardgas omhoog

Vanaf 1 januari 2019 gaat het energiebelastingtarief voor aardgas met 3 cent per kubieke meter omhoog. Het tarief voor elektriciteit gaat met 0,72 cent per kWh omlaag. Deze maatregelen waren vorig jaar al aangekondigd in het regeerakkoord, maar staan nu zwart op wit in het belastingplan. Doel van de maatregel is om investeren in bijvoorbeeld warmtepompen te stimuleren en op termijn afscheid te nemen van gasgestookte installaties.

Energiebelasting omhoog

Huishoudens gaan jaarlijks 51 euro extra betalen voor hun energie, door een korting op de belastingvermindering in de energiebelasting. Die belastingvermindering was 308,54 euro, maar wordt nu 257,54 euro. In totaal zal een gemiddeld huishouden jaarlijks ongeveer 130 euro per jaar meer aan energie gaan betalen.

Verlaging Energie-investeringsaftrek

De Energie-Investeringsaftrek (EIA) wordt verlaagd van 54,5 procent in 2018 naar 45 procent in 2019. De EIA houdt in dat je het percentage als extra kosten mag opnemen waardoor de winst voor belastingen daalt. Volgens Uneto-VNI staat de verlaging van het percentage haaks om de doelstelling van het kabinet om investeringen in energievriendelijke maatregelen te stimuleren.

Geen besluit over verlenging ISDE-subsidie

De oproep vanuit het Klimaatberaad om de Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE) te verlengen tot na 2020 is nog niet terug te zien. Voor dit jaar en 2019 is nog twee keer 100 miljoen euro beschikbaar, een bedrag dat voortvloeide uit een convenant dat markt en overheid vorig jaar ondertekenden. Voor 2020 is nog 25 miljoen euro gereserveerd, maar die is waarschijnlijk bedoeld om subsidieaanvragen die aan het eind van 2019 binnenkomen nog te kunnen honoreren. De toekomst van de ISDE zal duidelijk worden met de komst van het definitieve Klimaatakkoord eind van dit jaar.

Huurwoningen

Woningcorporaties krijgen 100 miljoen euro om hun woningbestand te verduurzamen. Dat gebeurt in de vorm van een korting op de verhuurdersheffing, waarvan de hoogte gekoppeld is aan de mate van verduurzaming van de woningen. Uneto-VNI is positief over deze maatregel maar vindt dat er meer nodig is om snelheid te kunnen gaan maken met het verduurzamen van corporatiebezit.

Zonnepanelen onderdeel van WOZ-waarde

Gemeenten mogen zonnepanelen meerekenen bij het vaststellen van de WOZ-waarde van een woning. De WOZ-waarde van een huis wordt gebaseerd op de vrijeverkoopwaarde van het huis, ofwel het bedrag dat het huis op zal leveren wanneer het wordt verkocht. De waarde hangt onder meer af van de grootte en ligging van het huis, van het type woning en dus ook van de aanwezigheid van zonnepanelen. Uneto-VNI is het hier niet mee eens. Dit leidt er in de ogen van de installateurskoepel toe dat woningbezitters gestraft worden voor investeringen in zonnepanelen.

Circulaire economie

Er komt een investeringsfonds, Invest-NL, dat bedrijven helpt bij de klimaattransitie. Ook is duidelijk dat het kabinet werk wil maken van de ontwikkeling naar een circulaire economie. Hiervoor komt een extra budget van 8 miljoen beschikbaar in de komende twee jaar.

5) Digitalisering

Digitalisering is meer dan ooit van belang voor de technische installatiebranche. Dat geldt voor het ontwerp, maar ook voor beheer en onderhoud, bestellingen en de commerciële afwikkeling van projecten. Blockchain, artificial intelligence en big data bieden de sector nieuwe economische mogelijkheden. Cybersecurity is daarom voor technisch dienstverleners én de industrie een belangrijk thema. Het kabinet reserveert hiervoor structureel 95 miljoen euro. Daarnaast reserveert het kabinet eenmalig 30 miljoen euro om cybercriminaliteit tegen te gaan.