fbpx
Artikel

‘Nieuwe afrekencultuur’

Per 1 januari 2015 is het ontslagrecht veranderd. Advocaat Pascal Kruit noemt de veranderingen ongunstig voor werkgevers – meer plichten, meer administratie – en slecht voor de arbeidsverhoudingen. Toch zullen zakelijke functioneringsgesprekken en kille dossiers nodig zijn. Kruit: “Slecht functionerend personeel de hand boven het hoofd houden, wordt afgestraft.”  

Pascal Kruit is arbeidsrechtadvocaat bij Ten Holter Noordam Advocaten in Rotterdam. Nadat hij in 2006 de master Privaatrecht cum laude had afgerond, was hij vijf jaar universitair docent Arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit in dezelfde stad. In 2012 promoveerde Kruit op ‘ontbindingsvergoedingen’. Zijn werk voor Ten Holter Noordam bestaat voor 80% uit het bijstaan van werkgevers. Nu het ontslagrecht veranderd is, moet Kruit flink aan de bak.

 

Welke werkgevers zijn zich rot geschrokken op 1 januari 2015?

“Degenen die niet weten dat ze vanaf die datum een aanzegplicht hebben bij contracten voor bepaalde tijd van zes maanden of langer. Deze plicht houdt in dat werkgevers minimaal één maand van tevoren moeten laten weten of ze wel of niet doorgaan met iemand. Ook verlengen betekent dus: op tijd aanzeggen. Werkgevers zijn geneigd tot het allerlaatste moment te wachten om een werknemer niet te demotiveren. Dat mag dus niet meer. Een standaardbriefje is voldoende. Werkgevers die zich niet aan hun aanzegplicht houden, riskeren een boete van één bruto maandsalaris.”

 

Nog meer gedoe?

“Helaas wel. Voorheen mochten werkgevers nog in maximaal drie jaar tijd maximaal drie contracten aanbieden. De keten begon opnieuw als er minimaal drie maanden zit tussen twee contracten voor bepaalde tijd. Deze 3 × 3 × 3-regel verandert straks in 3 × 2 × 6. Met ingang van 1 juli 2015 mogen werkgevers maximaal drie contracten aanbieden in maximaal twee jaar. Na een tussenpoos van minimaal zes maanden begint de keten opnieuw. Nou, wij denken dat veel werkgevers dat niet gaan doen. Zes maanden zal te lang blijken om een werknemer ‘even’ buiten het bedrijf te parkeren.”

 

En afscheid nemen van mensen die niet goed functioneren, wordt een vak apart.

“Vanaf 1 juli 2015 loopt ontslag om bedrijfseconomische redenen en bij langdurige ziekten voortaan via het UWV. Alle andere redenen, zoals disfunctioneren en verstoorde arbeidsrelaties, lopen via de kantonrechter. De kantonrechter heeft straks nog maar twee opties: een contract wel of niet beëindigen. Dat laatste gaat veel vaker voorkomen, denken wij. Vroeger werd een niet zo sterk dossier gecompenseerd met een wat hogere ontslagvergoeding en kon het contract toch worden ontbonden. Dit verwijtbaarheidscriterium om de ontslagvergoeding bij te stellen, heeft de kantonrechter straks niet meer. De ontslagvergoeding is voortaan altijd een vast bedrag. Overigens: als de rechter ‘nee’ zegt, kunnen werkgever en werknemer nog wel gewoon met wederzijds goedvinden uit elkaar.”

 

Wat adviseert u werkgevers?

“Ik raad werkgevers aan hun arbeidsovereenkomsten opnieuw te laten toetsen. In contracten voor bepaalde tijd mag geen proeftijd en geen concurrentiebeding meer worden opgenomen. Verder zullen ook kleine ondernemers vanaf nu aan dossieropbouw moeten gaan doen, anders komen ze nooit van iemand af. Ze moeten veel formeler beoordelings- en functioneringsgesprekken gaan voeren, en vastleggen naar waarheid. Alle maatregelen moeten in het dossier: waarschuwingen, opleidingsmogelijkheden, het aanbieden van een coach of begeleider, etcetera. Slecht functionerende medewerkers de hand boven het hoofd houden, wordt in het nieuwe systeem keihard afgestraft.”

 

Door de veranderingen zou vast werk ‘minder vast’ worden en flexibel werk ‘minder flexibel’. Kunt u zich daar in vinden?

“Nee, eigenlijk niet. Vast werk wordt juist vaster. Kijk… voorheen kon je nog afscheid nemen van iemand met een niet zo sterk dossier. Nu niet meer. Je zit eerder aan personeel vast. En flexibel werk is nu juist nóg flexibeler. Aangezien korte contracten afsluiten moeilijker wordt, gaan werkgevers meer flexwerkers inschakelen: zzp’ers, payrollers en uitzendkrachten.”

 

U stelt onomwonden dat de nieuwe regels ongunstig zijn voor werkgevers. Waarom?

“Als werkgever zou ik hier niet vrolijk van worden. Werkgevers krijgen meer administratieve lasten en meer verplichtingen op hun bord. Nog belang rijker is dat er een harde afrekencultuur ontstaat terwijl het MKB dat helemaal niet gewend is. Van werkgevers wordt verwacht dat ze afspraken schriftelijk vastleggen en disfunctionerende werknemers aangetekende brieven gaan sturen. Terwijl diezelfde werknemer op vrijdagmiddag een biertje drinkt met de baas en elk jaar op diens verjaardag komt. Ik vind dat raar. Voor grote bedrijven met HR-afdelingen en formele procedures is het gemakkelijker dan voor kleine ondernemingen met informele persoonlijke contacten. Daar past geen harde afrekencultuur bij.”

 

Koren op de molen van de ‘kantonrechter oude stijl’?

“Het oude systeem werkte inderdaad hartstikke goed. De kantonrechter snapt hoe het werkt en weet wanneer het verstandig is om iets door de vingers te zien. Nu heeft de kantonrechter alleen nog optie 1 en optie 2: een contract wel of niet beëindigen. Meer smaken zijn er niet.”

 

Waar zou u morgen mee beginnen als u zelf baas was?

“Ik zou het personeel bijeen roepen en samen de veranderingen bespreken. Werkgevers hebben iets uit te leggen. Ze gaan voortaan strenger beoordelen, officiële gesprekken voeren en schriftelijk vastleggen. Pappen en nathouden is er niet meer bij. Een werknemer een voldoende geven terwijl hij/zij een onvoldoende verdient, kan niet meer.”

 

Dat wordt nog een zware dobber. Veel kleine ondernemers hebben geen functieprofielen.

“Ook daar ontkomen werkgevers niet meer aan. De functieprofielen moeten op orde zijn, zodat werknemers weten waarop ze worden beoordeeld. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat een werknemer te horen krijgt dat zijn communicatieve vaardigheden tekort schieten terwijl hij zelf niet eens wist dat dit een beoordelingscriterium was. Werkgevers die hun zaakjes op orde hebben, kunnen straks best afscheid nemen zonder al te hoge kosten. Maar voor de meesten geldt dat ze leergeld zullen moeten betalen. Het duurt een tijdje om dit soort zaken te regelen. Er worden foutjes gemaakt. Met horten en stoten krijgen ze de boel op orde, maar dan zijn ze al een paar boetes en te hoge ontslagvergoedingen verder. Voor werknemers met een goede advocaat zal menig werkgever diep in de buidel moeten tasten.”

 

Tekst: Ton Verheijen, foto: Roel Dijkstra

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.