Artikel

Tips voor een functioneringsgesprek

Nuchtere Hollandse ondernemers en goede gesprekken voeren… het blijft een wat ongemakkelijke combi. Toch ontkomt u er niet aan als u medewerkers bij de les, gemotiveerd of (niet) binnenboord wilt houden. En als het toch moet, dan maar meteen goed. Ton Verheijen schreef samen met Jacco van den Berg tips voor zes soorten formele personeelsgesprekken. Deze keer is dat het functioneringsgesprek.

Het jaarlijkse functioneringsgesprek tussen leidinggevende en medewerker gaat over verbetering van de kwaliteit van het bedrijf en verhoging van de prestaties van de medewerker. Er kunnen (ontwikkel)afspraken worden gemaakt over de zes w’s: werkinhoud, werkverhoudingen, werkomstandigheden, werkbelasting, werksfeer en werkbeleving. In een functioneringsgesprek zijn ‘gelijkwaardigheid’ en ‘tweerichtingsverkeer’ noodzakelijk. Dat begint al met de voorbereiding.

Kondig het gesprek ruim van tevoren aan en vraag de medewerker twee weken vooraf een lijstje met gesprekspunten op te stellen. Als leidinggevende stelt u ook een lijstje op. Een week voor het gesprek worden de gesprekspunten uitgewisseld en kort toegelicht. Beide gesprekspartners kunnen zich nu goed voorbereiden. Tijdens het gesprek zelf is het verstandig te beginnen met de gesprekspunten van de medewerker. Daarmee geeft u impliciet aan de medewerker serieus te nemen. Nadat de medewerker zijn of haar punten heeft toegelicht, stimuleert u hem of haar met ideeën en suggesties te komen. (Zo creëert u draagvlak voor gemaakte afspraken.) Als alle punten van de medewerker zijn behandeld, komen de punten van u als leidinggevende aan bod. Ook hier: vraag medewerkers mee te denken en met verbetervoorstellen te komen.