fbpx
Artikel

Appartementswoningen in Enschede worden grotendeels verwarmd door warmtepomp op ventilatielucht. Een HR-ketel naast die warmtepomp bleek onrendabel. Ontwerper Hans Crone van Technisch Adviesbureau Crone bedacht de technische installatie in het appartementsgebouw Kotmanpark (54 woningen) in Enschede. Woningcorporatie De Woonplaats koos voor het concept van vraagbeperking door extreem hoge Rc-waardes van 8 tot 10, drielaagsbeglazing en isolerende kozijnen, in combinatie met veel glas op het zuiden voor de gratis zonnewarmte in de winter.

 

ins0411project4kleinRoosters

Ventilatielucht komt nu op natuurlijke wijze via drukgeregelde ventilatieroosters in de appartementen (EPC 0,48) terecht. Voor de afzuiging koos Crone voor een ventilatiewarmtepomp met cv-aansluiting. “We gebruiken ventilatielucht als warmtebron voor tapwater en verwarming.” Het blijkt dat in de goedgeïsoleerde en compacte appartementswoningen de afgezogen ventilatielucht nog voldoende warmte bevat om de woning op temperatuur te houden. Alleen in gure winterse dagen zonder zon raken de passieve bronnen (zon en interne warmtelast) uitgeput en is er extra warmte nodig.

 

Warmtepompboiler

Gasketels bleken slechts 40 m3gas per jaar te verstoken. “Je gaat dáárvoor geen infrastructuur met HR-ketels, gasleidingen en rookgasafvoer aanleggen.” De installatieontwerper kwam toen de warmtepompboiler van Stiebel-Eltron tegen met een cv-aansluiting, die voor extra warmte een elektrisch element van 6,6 kW aan boord heeft. Dat wordt volgens Crone geen energieverslinder. “Die is zo weinig nodig waardoor het totale energieverbruik heel laag blijft.” Het is voor het eerst dat dit toestel in een Nederlandse woning verscheen. Deze ventilatiewarmtepomp is alleen toepasbaar in compacte en goedgeïsoleerde appartementswoningen, bij rijtjeshuizen met dezelfde gebouwschil is een gasketel of ventilatiewarmtepomp met extra buitenluchttoevoer noodzakelijk.

 

ins0411project12kleinVentilatie

Dat de gebalanceerde ventilatie sneuvelt, vindt Crone niet zo erg. In de goedgeïsoleerde appartementen is zelfs in de winter geregeld een overschot is aan warmte. “Wat doe je dan? Je opent de ramen. In het grootste deel van de winter kun je in een passiefhuis beter natuurlijk ventileren in plaats van balansventilatie, want dat bespaart ventilatorenergie.” Voor de ventilatiewarmtepomp koos Crone voor het type (LWA 203 SOL) met een aansluiting voor een zonnecollector. Alle 54 appartementen hebben op het dak 2,5 m2 aan zonnecollectoren staan. Geen collectief systeem met een ringleiding, want de ervaring leert dat dit meer kans op storingen geeft, verduidelijkt Crone. “Iedere woning heeft zijn eigen individuele systeem. Per schacht lopen er 18 leidingen van en naar de woningen.” De ventilatiewarmtepomp beschikt over een warmwaterbuffer van300 liter. In het onderste gedeelte is de spiraalvormige warmtewisselaar van de zonnecollectoren gemonteerd. Het cv-water komt overigens niet uit het buffervat, maar wordt direct met de warmtepomp uit de afgezogen ventilatielucht opgewekt.

 

Radiator

De woningen hebben geen laagtemperatuurafgiftesysteem in de vorm van vloerwarming, maar radiatoren. Crone: “Vloerverwarming reageert te traag. Als de zon gaat schijnen heb je geen verwarming meer nodig en radiatoren reageren dan sneller. Daarom hangen er in de appartementswoningen nu gewone radiatoren, die vanwege de lage watertemperatuur uit de warmtepomp (max 58°C) wel iets meer VO hebben. “Iets groter dan normaal, omdat de warmtebehoefte heel klein is.” Ook (ventilator)convectoren konden Crone niet bekoren. “Radiatoren zijn fijner omdat je de warmte gewoon voelt.”

 

Installatiebedrijf

Voor het installatiewerk schakelde woningbouwer AM Vastgoed een regionale installateur Slot Installatietechniek. Het installatiewerk leverde geen problemen op, wel besteedde Crone iets meer aandacht aan enkele details. “Het is belangrijk dat leidingberekeningen kloppen en dat de pomp op de warmtepomp op stand 2 staat in plaats van 3. Dat scheelt elektriciteit. Door de cv-leidingen iets groter te maken kan dat.”

 

Tekst: Richard Mooi, voor Installatie en Sanitair