Met het verdwijnen van de salderingsregeling verandert de manier waarop zonnestroom wordt gewaardeerd. Waar teruglevering jarenlang vanzelfsprekend was, verschuift de aandacht nu naar een andere vraag: hoe benut je opgewekte energie zo veel mogelijk in de woning zelf? Die ontwikkeling vraagt om systeemdenken en om installaties die daarop zijn voorbereid.
Zelfconsumptie als nieuwe maatstaf
In veel woningen wordt nog steeds slechts een beperkt deel van de eigen zonnestroom direct gebruikt. Een groot deel gaat het net op, terwijl die energie in de woning zelf ook waarde kan hebben. Juist daar komt de warmtepomp in beeld. Niet als los toestel, maar als verbruiker die, mits goed ingepast, een aanzienlijk deel van de zonnestroom kan opnemen.
Vooral in het voor- en najaar, wanneer de opbrengst van zonnepanelen en de warmtevraag elkaar overlappen, biedt dit kansen. De warmtepomp kan dan draaien op momenten dat er toch al opwek is, bijvoorbeeld voor ruimteverwarming of tapwater. Dat verhoogt de zelfconsumptie, zonder dat daar meteen batterijen of extra panelen voor nodig zijn.
Inzicht voor installateur én bewoner
Dat het einde van salderen impact heeft op ontwerpkeuzes, wordt in de praktijk steeds duidelijker. In een recente uitlegvideo laat Rick Bruins zien hoe de verhouding tussen opwek, gebruik en teruglevering verandert. Met concrete voorbeelden wordt zichtbaar dat een warmtepomp meer zonnestroom kan opnemen dan vaak wordt aangenomen, mits het systeem daar ook op wordt aangestuurd.
Dat inzicht is relevant voor meerdere partijen in de keten. Voor installateurs in het adviesgesprek met de bewoner, maar ook voor adviseurs en opdrachtgevers die vroeg in het traject keuzes maken. Wanneer benut je directe opwek? In hoeverre kun je warmtevraag sturen? En waar liggen de grenzen van comfort en rendement? Antwoorden op die vragen bepalen of een installatie in gebruik ook doet wat ervan wordt verwacht.
Slimme regeling als volgende stap
Een warmtepomp alleen verhoogt de zelfconsumptie al, doordat hij direct kan draaien op momenten van hoge opwek. Een slimme regeling voegt daar verfijning aan toe. Door opwekdata te combineren met warmtevraag kan het systeem bepalen wanneer het logisch is om bijvoorbeeld tapwater te bereiden of het systeem iets voor te laten lopen.
Dat gebeurt automatisch, zonder extra handelingen voor de bewoner. Voor de installateur betekent het dat het systeem beslissingen neemt op basis van meetwaarden in plaats van vaste instellingen. Dat maakt het gedrag voorspelbaarder en helpt om onnodige teruglevering te beperken, zonder comfortverlies.
Van toestel naar totaalconcept
Deze ontwikkeling verandert ook de rol van de installateur. De focus verschuift van het selecteren van losse apparaten naar het ontwerpen van een samenhangend energiesysteem. Zonnepanelen, warmtepomp en regeling moeten elkaar versterken. Wie dat beheerst, kan beter onderbouwen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en voorkomt dat optimalisatie pas achteraf plaatsvindt.
Een logische bouwsteen in het systeem
Binnen die systeemgedachte positioneert Remeha Confida als een praktische bouwsteen. Niet als ‘extra product’, maar als onderdeel van een integraal ontwerp waarin warmtepomp, zonnestroom en regeling op elkaar zijn afgestemd. Voor installateurs betekent dat overzicht en eenvoud in het systeemontwerp; voor bewoners een installatie die slim omgaat met de beschikbare energie.


