Einde salderen drukt EPV vanaf 2027 fors omlaag

Afbeelding bekijken op volledige grootte

De maximale Energieprestatievergoeding (EPV) voor zeer energiezuinige huurwoningen daalt per 1 januari 2027 met 25 tot ruim 50 procent. Woningcorporaties moeten daardoor hun EPV-beleid, installaties en vergoedingsmodellen op korte termijn herzien.

De verlaging hangt samen met het einde van de salderingsregeling. De huidige EPV-systematiek is grotendeels gebaseerd op woningen die op jaarbasis evenveel elektriciteit opwekken als verbruiken. Na het stoppen van salderen levert teruggeleverde zonnestroom aanzienlijk minder op, waardoor nul-op-de-meter niet langer automatisch nul-op-de-rekening betekent.

Lagere vergoeding voor 18.500 woningen

In Nederland innen corporaties bij ongeveer 18.500 woningen een EPV. Het gaat vaak om nieuwe sociale huurwoningen met een hoge isolatiestandaard, een individuele elektrische warmtepomp en een groot aantal zonnepanelen.

De zonnepanelen dekken doorgaans niet alleen het energiegebruik van de gebouwgebonden installaties, maar ook een deel van het huishoudelijke elektriciteitsverbruik. Door saldering kon de elektriciteitsmeter over een volledig jaar op nul uitkomen.

Maximale EPV-vergoeding omlaag

De overheid wil de maximale EPV-vergoedingen voor bestaande en nieuwe situaties verlagen. Volgens het concept-wijzigingsbesluit en de financiële onderbouwing voor 2025 en 2026 bedraagt de daling 25 tot ruim 50 procent. Het financiële nadeel van het beëindigen van salderen wordt daarmee verdeeld tussen huurders en verhuurders.

Corporaties moeten EPV-beleid herijken

Corporaties brengen bij huurders niet altijd de maximale EPV in rekening. Ligt de huidige vergoeding boven het nieuwe wettelijke plafond, dan moet deze uiterlijk op 1 januari 2027 worden verlaagd.

Daarvoor is eerst een inventarisatie nodig van alle bestaande en geplande complexen met een EPV. Per project moeten de huidige vergoeding, het oude maximum en het nieuwe maximum met elkaar worden vergeleken.

Vervolgens kunnen corporaties verschillende beleidsvarianten uitwerken. Een belangrijk aandachtspunt is het verhogen van het directe eigen verbruik van zonnestroom. Installatietechnische maatregelen, slimme aansturing en afstemming tussen opwek en elektriciteitsvraag kunnen de hoeveelheid teruglevering beperken.

Cappen, overstappen of stoppen

Een eerste mogelijkheid is het ‘cappen’ van de vergoeding op het nieuwe wettelijke maximum. Een andere optie is overstappen op een vergoeding via de servicekosten of een huurverhoging, eventueel alleen bij een bewonerswissel. Daarbij kunnen bepaalde meet- en administratieve verplichtingen vervallen.

Corporaties kunnen er ook voor kiezen volledig te stoppen met de vergoeding. Bij iedere variant moeten de financiële gevolgen voor zowel de corporatie als de huurder worden doorgerekend.

Na overleg met huurders moeten besluiten tijdig worden ingevoerd. Door de benodigde inventarisatie, besluitvorming en aanpassing van huurdersadministraties is de periode tot 1 januari 2027 beperkt.

EPV1 blijft onder voorwaarden geldig

Het wijzigingsvoorstel dicht ook de bestaande lacune tussen EPV1 en EPV2. EPV1 kan onder voorwaarden tot 2054 van kracht blijven voor woningen die vóór 1 januari 2024 correct onder deze regeling zijn gebracht.

Dat blijft ook gelden wanneer een energielabel na tien jaar verloopt of wanneer een woning een nieuwe huurder krijgt. Deze overgangsregeling is opgenomen in artikel 6a en de toelichting in hoofdstuk 3 van het wijzigingsvoorstel.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.