Luchtdichtheid meten: alternatief voor blowerdoor

Afbeelding bekijken op volledige grootte

Nieuwe NEN 2686 benoemt alternatieve meetmethoden. Maar durft de sector ze ook te gebruiken? De blowerdoor is al bijna veertig jaar de onbetwiste koning van de luchtdichtheidsmeting. Maar met de herziene NEN 2686:2025 krijgt die alleenheerschappij voor het eerst gezelschap. In een informatieve bijlage beschrijft de norm twee alternatieve kwantitatieve meetmethoden en een kwalitatieve. Een stille revolutie? Of blijft de bouwsector last houden van koudwatervrees?

Wie in de bouw werkt, kent het misschien wel. De woning is bijna klaar, alle ventilatieopeningen worden afgeplakt, en dan arriveert de meetspecialist met zijn blowerdoor. Een paar uur later weet je of je project geslaagd is. Zo gaat het al sinds 1988, toen de eerste versie van NEN 2686 verscheen. De herziene norm van 2025 zet nu voorzichtig de deur open naar andere methoden.

Europese aansluiting met een Nederlandse twist

De belangrijkste wijziging van de NEN 2686 is de aansluiting op de Europese norm NEN-EN-ISO 9972. Dat betekent: één meetmethode voor heel Europa, in plaats van de Nederlandse eigenwijsheid van weleer. Voortaan moet er zowel bij onderdruk áls overdruk worden gemeten, en telt de slechtste waarde. “Logisch eigenlijk”, zegt Niek-Jan Bink, directeur van ACIN instrumenten. “Een gebouw dat bij onderdruk lekt maar bij overdruk prima scoort, is gewoon niet goed genoeg. Dat wisten we allemaal, maar nu staat het zwart op wit.”

Maar het echte nieuws zit in de bijlage. Daar beschrijft de norm voor het eerst drie alternatieve meetmethoden: de Air Tightness Tester (ATT), de Pulse-methode en ultrasone lekdetectie. Nog niet normatief, wel een belangrijke erkenning. Tijdens het Lowtech Congres op 26 maart in Expo Houten demonstreert ACIN hoe de ATT-methode werk

Het gat tussen forfaitair en blowerdoor

De bouwsector kampt met een paradox. Enerzijds wil iedereen méér meten: de Wet kwaliteitsborging vraagt om aantoonbare prestaties, corporaties willen zekerheid over hun investeringen en aannemers hebben belang bij het voorkomen van faalkosten. Aan de andere kant: meten kost tijd en geld en is er maar beperkte capaciteit. “De koudwatervrees voor nieuwe methoden is enorm”, constateert Bink. “Iedereen wacht op de ander. Niemand wil de eerste zijn die afwijkt van de gebaande paden.”

Daarbij is er in de praktijk een groot gat tussen twee uitersten: óf je gebruikt een forfaitaire waarde in je BENG-berekening (een aanname zonder meting), óf je doet een volledige blowerdoortest. “Dat gat kun je nu vullen”, legt Bink uit. “Je hoeft niet meer te kiezen tussen blind vertrouwen op een standaardwaarde of het volledige circus. Er is nu een tussenvorm.”

Neem de ATT, een draagbare tester die het ventilatiesysteem van de woning als drukbron gebruikt. In tien minuten weet een aannemer of zijn project ‘blowerdoorklaar’ is. Geen vrachtwagen met apparatuur, geen urenlang afplakken. “Je kunt er niet vier decimalen nauwkeurig mee meten”, geeft Bink toe, “maar dat hoeft ook niet. Het gaat erom dat je in een vroeg stadium weet of er lekken zijn. Dán kun je ze nog eenvoudig oplossen, in plaats van op de dag van oplevering voor verrassingen te staan.”

Vergelijkbaarheid als argument

Het feit dat de alternatieve methoden nu in de norm staan is voor voorstanders een doorbraak. De meetprincipes zijn helder omschreven, waardoor corporaties en kwaliteitsborgers weten wat ze kunnen verwachten. “Het is geen wildwest meer”, zegt Bink. “Er staat nu zwart op wit hóe je met een ATT of Pulse meet. Dat geeft vertrouwen.”

De blowerdoor blijft voorlopig de gouden standaard voor de officiële eindbeoordeling. “Dat is logisch”, zegt Bink: “iedereen is eraan gewend en zolang iedereen dezelfde methode gebruikt zijn resultaten onderling vergelijkbaar. Maar voor tussentijdse controles hoef je niet per se dezelfde methode te gebruiken als voor de eindmeting.”

Bij seriebouw wordt dat verschil relevant. “Stel je bouwt honderd woningen”, schetst Bink. “Je kunt niet elke woning een volledige blowerdoortest geven, dat kost een vermogen. Maar met een ATT-screening vang je de uitschieters eruit. De woningen die dan nog twijfelachtig zijn, die test je alsnog uitgebreid. Zo combineer je snelheid met zekerheid.”

De praktijk roept

De herziene NEN 2686 is sinds september 2025 van kracht. Voor bouwbedrijven en meetbureaus betekent dit: verdiep je in de nieuwe eisen, pas je werkwijze aan waar nodig en durf ook eens naar de alternatieven te kijken. De knuppel ligt in het hoenderhok: luchtdicht? Dan goed ventileren!

Tijdens het Lowtech Congres op 26 maart in Expo Houten demonstreert ACIN hoe de ATT-methode werkt en wat de opname in de norm betekent voor de praktijk. Het congres, georganiseerd door DNA in de bouw, staat in het teken van toekomstgericht en betaalbaar bouwen met minder techniek.

Wat verandert er in NEN 2686:2025?

  • Europese harmonisatie: aansluiting op NEN-EN-ISO 9972
  • Dubbele meting verplicht: zowel onderdruk als overdruk
  • Slechtste waarde telt: de grootste lekkage bepaalt het resultaat
  • Geen volumebeperking meer: ook grote gebouwen kunnen getest worden
  • Alternatieve methoden benoemd in informatieve bijlage

Bronnen: NEN (2025), Retrotec (2025)

Over Niek-Jan Bink Niek-Jan Bink is directeur en mede-eigenaar van ACIN instrumenten bv. Hij is een ervaren wetenschapper en bedrijfsprofessional met een bewezen staat van dienst in de werktuigbouwkunde. Bekwaam in productontwikkeling, duurzaamheid, hernieuwbare energie, engineering en bedrijfsontwikkeling. Sterke business development professional met een doctoraat in micrometeorologie van de Wageningen Universiteit en Researchcentrum.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Dit was de Week van de Ventilatie

Tijdens de Week van de Ventilatie doken we in de belangrijkste trends en ontwikkelingen binnen de installatietechniek. Alles draaide om ventilatie, van ontwerp tot uitvoering: wat werkt, wat kan beter en wat komt eraan? Kijk alle webinars terug!