In 2025 zijn meer meldingen van bijna-ongevallen met koolmonoxide gedaan dan de jaren ervoor. Maar dit betekent niet dat het onveiliger wordt, zegt de TlokB, de waakhond van het CO-stelsel. De stijging is vooral te danken aan dat incidenten beter worden gemeld en doorgegeven.
Dit blijkt uit het jaarverslag van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw, het overheidsorgaan dat de werking van CO-certificering in ons land bewaakt. Dit verslag werd afgelopen week gepubliceerd.
In 2025 hebben installateurs 106 meldingen gedaan van (bijna) ongevallen met koolmonoxide. In 2024 waren dat er 98. Opvallend is dat het grootste aantal meldingen uit het laatste kwartaal van 2025 kwamen (50).
Meldingsplicht
Wanneer een gecertificeerd installatiebedrijf tijdens zijn werkzaamheden een te hoge concentratie koolmonoxide meet dan meldt het een (bijna-)ongeval bij het bevoegd gezag (de gemeente) en zijn certificerende instelling. Gecertificeerde installateurs zijn dat verplicht, al gebeurt het nog lang niet altijd goed genoeg. TlokB, Techniek Nederland en gemeenten hebben het afgelopen jaar veel tijd gestoken om het meldproces te vereenvoudigen. Dit heeft onder meer geleid tot een centraal meldpunt.
Kan eenvoudiger
In 2025 hebben installateurs 106 zulke meldingen gedaan. Tot het derde kwartaal van 2025 zette de dalende trend van (bijna-)ongevallen door. Het aantal meldingen ten opzichte van hetzelfde kwartaal het voorgaande jaar was dan lager, ook al groeide het aantal bedrijven met een certificaat. Op dit moment hebben 3682 installatiebedrijven in Nederland hun bedrijfscertificaat. Het laatste kwartaal hebben certificerende instellingen hun meldproces gestroomlijnd.
Het registreren is eenvoudiger, dus melden installateurs vaker, zegt de TlokB. Toch is dit maar een topje van de ijsberg. Koolmonoxide-gevaarlijke situaties waar een installateur niet op dat moment de grenswaarde aan koolmonoxide meet, vallen niet onder de meldingsplicht. Bijvoorbeeld als een installateur bij onderhoud ziet dat de (collectieve) rookgasafvoer niet veilig te gebruiken is, maar hij niet de opdracht krijgt voor het nodige meerwerk. Het gebrek aan registratie van (bijna) ongevallen is de zwakke plek onder dit dossier: er is nauwelijks goede statistiek over het aantal gevaarlijke situaties dat ontstaat. Het aantal officieel geregistreerde koolmonoxide-doden daalt al jaren.
Sanctieregime: is iedereen even streng?
Wanneer een installatiebedrijf niet volgens de eisen van zijn certificaat werkt, kan een certificerende instelling een extra onderzoek instellen op kosten van de certificaathouder. In uitzonderlijke gevallen kan een certificerende instelling ook besluiten het certificaat te schorsen of in te trekken.
De certificerende instellingen gingen in 2024 wisselend om met deze bevoegdheden. Hierdoor kregen installatiebedrijven niet overal te maken met het hetzelfde toezichtregime en bijbehorende sancties. Om dit gelijk te krijgen heeft de TloKB de certificerende instellingen in 2025 verzocht om maatregelen.
Schorsing installatiebedrijf
Twee van de vijf certificerende instellingen deelden 90% van de openbare sancties uit. Certificerende instellingen rapporteren voor 1 maart aan de TloKB over hun werkzaamheden over het afgelopen kalenderjaar. Het afgelopen jaar zijn 88 bedrijfscertificaten ingetrokken op verzoek van de certificaathouder. In 8 gevallen werd een installateur door een certificerende instelling op de vingers getikt. Dit leidde tot zes schoringen en twee ingetrokken certificeringen. Er zijn drie meldingen geweest van misbruik van het CO-VRIJ logo.
Video
In onderstaande video legt Remco van der Linden, directeur Techniek en Markt van Techniek Nederland uit hoe het stelsel beter moet gaan functioneren


