Tarieven voor huishoudens die zijn aangesloten op een warmtenet mogen niet hoger zijn dan als deze bewoners nog gewoon met een cv-ketel zouden verwarmen. In dat kostenplaatje wordt tot nu toe uitgegaan van een all-in onderhoudscontract voor de ketel als referentie. Minister Rob Jetten wil daar nu een gewoon onderhoudscontract van maken. Dat scheelt bewoners van stadswarmtewoningen al snel zo’n veertig euro per jaar.
Ruzie alom in de wereld van de warmtenetten. Meest recente voorbeeld is Amsterdam, waar bewoners klagen over een rekening die plotsklaps met 200 euro per jaar werd verhoogd. Energiebedrijf Vattenfall zegt zonder die tariefverhoging niet uit de kosten te komen, woningcorporatie Ymere is boos op Vattenfall. De corporatie kan een dergelijke kostenstijging niet aan zijn bewoners uitleggen. Gemeente Amsterdam is boos, omdat de ruzie de eigen ambitie naar aardgasloos in de wielen rijdt. En Tweede Kamerleden schreeuwen moord en brand omdat de huidige kostensystematiek kennelijk oneerlijk is.
Niet Meer Dan Anders
Die kostensystematiek heet het Niet Meer Dan Anders-principe (NMDA) en werd een jaar of tien geleden bedacht juist als een beschermende maatregel voor bewoners. Zij zijn immers afhankelijk van een monopolist en kunnen niet van leverancier wisselen als het tarief ze niet aan staat, iets wat bij een gasketeltje makkelijk kan. Dus werd bedacht dat de warmtetarieven gebaseerd moesten zijn op de kosten die bewoners gemaakt zouden hebben als zij nog een ketel hadden. Maar omdat de prijs van gas is gestegen, mochten ook de warmteleveranciers hun maximumtarieven opkrikken.
Minister Rob Jetten wil best van het NMDA-principe af, zegt hij in een brief aan de kamer, en overstappen op een warmtetarief dat gebaseerd is op de echt gemaakte kosten, maar dat proces is niet van de ene op de andere dag geregeld (en niet is gezegd dat dat per se tot lagere tarieven leidt). En dus gaat hij maar eens kijken op welke manier de prijs van het hebben van een ketel omlaag kan worden gebracht. Eén van de mogelijkheden is om niet uit te gaan van het duurste onderhoudsabonnement, maar van de prijs van het gemiddelde abonnement.
All-in servicecontract
Jetten: “De kosten van een all-in servicecontract liggen momenteel relatief hoog, het gemiddelde all-in service contract is ruim 40 euro duurder dan een gemiddeld onderhoudscontract, waardoor steeds minder huishoudens met een cv-ketel een dergelijk contract afsluiten. Daarom acht ik dit niet langer het representatieve onderhoudscontract voor de gemiddelde aardgasverbruiker.” Op de sites van de verschillende servicebedrijven is te zien dat een basisabonnement per maand gemiddeld 7,50 euro is en een all-in abonnement 17,50 euro. Dat komt neer op een verschil van jaarlijks 120 euro. Als je het gemiddelde van álle abonnementen neemt, ligt dat volgens Jetten dus 40 euro lager.
Om de kosten verder nog te drukken, wil Jetten een verdere verhoging van de energiebelasting op gas niet doorberekenen aan klanten van warmtenetten. Een optie die Jetten ten slotte ook nog heeft overdacht, komt er niet door. Dat is de prijs van een cv-ketel. Als je die naar beneden zou brengen, zou het tarief voor warmteklanten dalen. Maar Jetten wil hier niet aan. Hij geeft geen inhoudelijk argument hiervoor, maar zegt dat de businesscase voor warmteleverancier niet teveel op het spel gezet moet worden.
Kosten combiketel
De bepaling van het NMDA-tarief wordt gedaan door de ACM. Voor wat betreft de kosten van de ketel en onderhoud wordt daarbij gebruik gemaakt van een rapport van onderzoeksbureau Panteia, genaamd ‘Inzicht in de kosten voor aanschaf en installatie nieuwe cv-combiketel’. Panteia berekent daarin de kapitaalkosten en operationele kosten voor de vervanging van een cv-ketel door een cv-ketel met een CW-waarde van 4, een vermogen van 24 kW en een HR107 keurmerk. De gemiddelde prijs voor aanschaf en installatie van een CW-4-ketel was in 2023 1.609 euro, exclusief btw. Daar moet vaak nog een thermostaat bij van gemiddeld 174 euro.
Panteia ondervroeg 271 daarnaast keteleigenaren met een onderhoudscontract. 47% van hen heeft een basiscontract afgesloten, 27% heeft een comfort contract, 11% een comfort plus contract en 13% een all-in contract. Een op de drie keteleigenaren heeft helemaal geen onderhoudscontract, staat in het rapport.


