fbpx
Blog

Vreselijke dag

Hoe erg is het om een Troonrede te moeten voorlezen? Alle ogen en alle camera’s zijn op jouw hoofd gericht. Elke oneffenheid daarin en elk angstzweetdruppeltje daarop is zichtbaar. Elke hapering wordt meedogenloos vastgelegd en gehoord. Ondertussen denk jij maar één ding: ik wil hier niet zijn, ik wil kijken naar een wedstrijd van de Nederlandse hockeydames of desnoods naar paardensport. Maar je kunt niet weg, je moet dit doen, je bent de tenslotte de koning. Na afloop volgt – om het nog erger te maken – de publieke opinie. “Hoe vond jij dat hij het deed? Hij was alweer zenuwachtig, hè? Zo houterig ook. En dan die leesfouten, nee, het is niet zijn ding. Echt niet.”

Ik probeer mij voor te stellen hoe Prinsjesdagochtend in Huize van Oranje gaat. Heeft hij de hele nacht wakker gelegen? Heeft hij hoofdpijn? Oefent hij met Máxima voor de zoveelste keer op de tekst? “Nee Willie, het is Caribische en niet Caraïbische.” Neemt hij voor de zekerheid nog een extra aspirientje? Enfin, het moet voor hem de vreselijkste dag van het jaar zijn. En dat doet mij denken aan één van mijn slechtste dagen ooit.

Lang geleden, ik was nog zo groen als gras, belde mijn toenmalige baas mij ’s avonds op. Hij moest de dag daarop met een cliënt naar de fiscale rechter, maar was ‘onverwacht’ verhinderd. Of ik het even kon overnemen. Ik had nog nooit een rechtszaal van binnen gezien, laat staan dat ik al eens had geprocedeerd. Maar hij zei dat het niets voorstelde. Bovendien wisten de rechter en de cliënt er al van. “Je hoeft echt niks te zeggen, hoor. Je moet alleen de cliënt begeleiden.” Die avond sliep ik niet. Het voelde niet goed. Ik wist echt helemaal niets. Geef je de rechter een hand? Spreek je hem aan met u of meneer de rechter of edelgrootachtbare of wat dan ook? Ga ik als eerste de zaal in of moet de belastinginspecteur voorgaan? Moet ik staan totdat de rechter mij toestaat te zitten? Moet ik buigen? Vragen, vragen en nog meer vragen. En dan heb ik het nog niet eens over de inhoud van de procedure, want die kende ik nog veel minder.

Eenmaal in de rechtszaal wist ik het zeker: ik wil hier niet zijn, ik hoor hier niet te zijn, ik wil weg, ik wil iets leuks doen. Maar ik kon niet weg, ik was tenslotte fiscalist en vertegenwoordigde ‘mijn’ cliënt. Wat daarna volgde was een drama. De rechter bleek toch niet op de hoogte van mijn komst, in plaats van mijn baas. Hij was alleen daardoor al not amused. Toen duidelijk werd dat ik ook nog eens niets van de zaak wist, ontplofte hij. Ik kreeg en plein public een schrobbering waarvan ik nu weer, als ik eraan terugdenk, koude rillingen krijg. Hij liet niets van mij heel. “Bent u eigenlijk wel fiscalist? Zou u niet beter ander werk zoeken in een branche ver weg van de fiscaliteit? Een fiscalist als u heb ik nog nooit meegemaakt!”En zo ging het nog wel even door. Wat een vreselijke dag was dat. Ik had nog liever de Troonrede voorgelezen. Maar ik ben er overheen gegroeid. Nu Willem-Alexander nog.

PS: Na afloop van de zitting wilde de rechter mij, kennelijk toch geschrokken van mijn vuurrode hoofd, nog even onder vier ogen spreken. Vaderlijk vertelde hij dat alles wat hij mij had toegeschreeuwd, uiteindelijk niet voor mij, maar voor mijn baas bedoeld was. “Dat begreep u toch wel?” “Natuurlijk”, stamelde ik.

Foto’s: pixabay, wikipedia

Over Frank Kerkhof

Frank Kerkhof is fiscaal adviseur bij Alfa Accountants, en komt veel over de vloer bij mkb-bedrijven in de bouw en installatiewereld. Frank blogt over belasting-, boekhoud- en andere ondernemerszaken, reageert op wetgeving, maar deelt ook leuke cases en sappige anekdotes.

Bekijk alle berichten van Frank Kerkhof

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.