Warmtepompen vervangen cv-ketels, elektrische voertuigen worden de norm, datacenters groeien explosief en steeds meer industriële processen worden geëlektrificeerd. Maar terwijl Nederland werkt aan een duurzamer energiesysteem, ontstaat tegelijkertijd een nieuw probleem: er dreigen vanaf 2030 structurele tekorten aan elektriciteit.
Dat blijkt uit de Monitor Voorzieningszekerheid 2026 van netbeheerder TenneT. De conclusie is opvallend scherp: de vraag is niet langer óf aanvullende maatregelen nodig zijn, maar hoe snel ze kunnen worden ingevoerd. Flexibiliteit, opslag en slim energiebeheer worden steeds belangrijkere onderdelen van installaties.
Elektrificatie stuwt stroomvraag naar recordhoogte
De oorzaak van de groeiende risico’s ligt vooral aan de vraagzijde. TenneT verwacht dat de Nederlandse elektriciteitsvraag tussen nu en 2035 met 55 tot 70% zal toenemen.
De belangrijkste groeifactoren zijn:
- warmtepompen
- elektrificatie van industriële processen
- elektrisch vervoer
- groei van datacenters
- productie van groene waterstof en andere power-to-x-toepassingen
Waar Nederland momenteel ongeveer 120 TWh elektriciteit per jaar verbruikt, kan dat oplopen tot ruim 200 TWh in 2035. De vraag naar zwaardere aansluitingen, laadinfrastructuur, warmtepompen, batterijopslag en energiemanagementsystemen neemt sterk toe.
Minder regelbaar vermogen
Volgens TenneT neemt het hernieuwbare vermogen toe van circa 41 GW in 2025 naar meer dan 80 GW in 2035. Vooral wind op zee groeit sterk. Toch lost dat het probleem niet op. Wind- en zonne-energie produceren immers alleen wanneer het weer meewerkt. Tijdens koude winteravonden met weinig wind ontstaat juist de grootste belasting van het elektriciteitssysteem. Tegelijkertijd verdwijnt een belangrijk deel van het conventionele vermogen:
- kolencentrales verdwijnen uiterlijk in 2030
- oudere gascentrales worden economisch steeds minder aantrekkelijk
- het operationele gasvermogen daalt van circa 15,4 GW in 2028 naar 11,6 GW in 2035
Daardoor ontstaat een steeds grotere afhankelijkheid van weersomstandigheden.
Vanaf 2030 wordt de norm overschreden
TenneT beoordeelt de voorzieningszekerheid aan de hand van de zogenaamde LOLE-indicator (Loss of Load Expectation). Nederland hanteert daarbij een norm van maximaal 4 uur verwachte tekorten per jaar. De nieuwe monitor laat zien dat deze grens al rond 2030 structureel wordt overschreden.
| Jaar | LOLE bij lage elektriciteitsvraag | LOLE bij hoge elektriciteitsvraag |
|---|---|---|
| 2028 | 0,7 uur | 4,5 uur |
| 2030 | 7,2 uur | 10,8 uur |
| 2033 | 18,9 uur | 31,1 uur |
| 2035 | 37,3 uur | 46,0 uur |
Dat betekent niet dat huishoudens jaarlijks tientallen uren zonder stroom zitten. Het betekent wel dat het systeem in toenemende mate afhankelijk wordt van noodmaatregelen, import en flexibiliteit om vraag en aanbod in balans te houden.
Batterijen helpen, maar lossen niet alles op
Een opvallende conclusie uit het rapport is dat batterijopslag sterk groeit, maar onvoldoende blijkt om langdurige tekorten op te vangen. Het totale batterijvermogen stijgt naar bijna 16 GW in 2035. Toch blijkt tijdens schaarstesituaties gemiddeld slechts een beperkt deel van dat vermogen beschikbaar. De reden is eenvoudig: batterijen kunnen energie opslaan, maar produceren die niet. Tijdens langdurige perioden met weinig wind en zon raken batterijen uiteindelijk leeg.
Dat betekent niet dat batterijen onbelangrijk zijn. Opslag groeit uit tot een cruciale schakel binnen:
- peak shaving
- congestiemanagement
- optimalisatie van eigen opwek
- handel op flexibiliteitsmarkten
- ondersteuning van netdiensten
Vraagsturing wordt een nieuwe markt
Waar eerdere discussies vooral draaiden om productiecapaciteit, ziet TenneT een steeds grotere rol voor vraagrespons. Daarbij wordt elektriciteitsverbruik tijdelijk verschoven of verlaagd wanneer het elektriciteitssysteem onder druk staat.
Voorbeelden zijn: slim laden van elektrische voertuigen, warmtepompen die tijdelijk anders worden aangestuurd, industriële processen die flexibel kunnen draaien, koel- en vriesinstallaties die tijdelijk minder vermogen vragen, datacenters die belasting verschuiven. TenneT adviseert zelfs expliciet om vraagrespons onderdeel te maken van een toekomstig capaciteitsmechanisme.
Steeds afhankelijker van het buitenland
Een tweede opvallende conclusie uit de monitor is de groeiende afhankelijkheid van elektriciteitsimport. Tijdens schaarstesituaties groeit de verwachte import van ongeveer 1 GW in 2028 naar bijna 9 GW in 2035. Maar ook buurlanden als Duitsland, België en Denemarken krijgen volgens TenneT te maken met vergelijkbare problemen. Wanneer meerdere landen tegelijk kampen met weinig wind en hoge vraag, kan de beschikbare importcapaciteit beperkt zijn en maken andere landen ook maken dan aanspraak op Nederlandse productiecapaciteit.
TenneT wil capaciteitsmechanisme vanaf 2029
Omdat de risico’s snel toenemen, adviseert TenneT om uiterlijk in de winter van 2029-2030 een capaciteitsmechanisme operationeel te hebben. Zo’n systeem moet ervoor zorgen dat voldoende regelbaar vermogen beschikbaar blijft, ook wanneer het economisch niet altijd rendabel is.
Daarbij worden verschillende opties onderzocht:
- een marktbreed capaciteitsmechanisme
- een strategische reserve
- een combinatie van beide
Het doel is te voorkomen dat bestaande centrales te vroeg verdwijnen en tegelijkertijd nieuwe capaciteit mogelijk te maken.
Focus verschuift naar beschikbaar houden
De Monitor Voorzieningszekerheid 2026 laat zien dat Nederland een nieuwe fase van de energietransitie ingaat. De uitdaging verschuift van het opwekken van duurzame energie naar het beschikbaar houden van voldoende vermogen op de momenten dat het nodig is.
Voor installateurs ligt daar een belangrijke rol. Batterijopslag, vraagsturing, energiemanagement en integrale energiesystemen worden niet langer nichetoepassingen, maar noodzakelijke bouwstenen van het toekomstige energiesysteem.


