Blog

Mijn beeld van een technische dienst dateert nog uit de tijd dat elke school, bedrijf of organisatie van enige omvang een paar manusjes-van-alles had rondlopen. Handige rakkers die het ene moment een klemmende deur verhelpen, kleine reparaties verrichtte aan gebouw en installaties, en de organisatie voedde met informatie over de staat van onderhoud. Of het nu een huismeester, een conciërge of een vaste onderhoudsmonteur gaat. Binnen de ‘gebouworganisatie’ was een technisch geweten die houvast bood. Die mannen (of sporadisch vrouwen) kunnen alles, zijn niet vies van een klusje en hebben geen dubbele agenda: belangeloze mouwopstropers.

Adviseur met agenda

Tegenwoordig heet die houvast een externe adviseur, want de technische kennis van scholen of corporaties zit tegenwoordig vaker buiten dan binnen de muren. En adviseurs, hoe goedbedoeld en keurig zij hun werk doen, hebben ook een agenda. Zeker wanneer hun advies een bestek moet worden. De adviseur is het technisch geweten. Met vragen over techniek of onderhoud loop je bij de gemiddelde organisatie tegen een muur van vraagtekens op. Want  de echt kundige Harry’s of Wimmen zijn de afgelopen tien jaar met pensioen gegaan of op de keien gekieperd. En bij de adviseur moet de schoorsteen ook roken en het liefst zo royaal mogelijk. Het is dan ook niet zo gek dat elke installateur roept dat ie adviseur is, in plaats van een montagebedrijf.

Alles weer in eigen beheer

Ik moest aan dit mechanisme denken toen ik weer eens bij mijn favo dierentuin was. Burgers Zoo realiseerde haar recente bouwprojecten met haar eigen technische dienst, weliswaar eentje van 22 mensen, ondersteund door contractanten voor specialistisch werk en twee extern ingehuurde bedrijfsleiders. Het park heeft permanent zo veel werk en vraagt zo veel specifieke kennis en kunde in haar niche, dat het helemaal niet meer de markt op gaat, maar haar eigen aannemers- en installatiebedrijf heeft. En het mooie is: dit mechanisme bevorderde de zorg om kwaliteit, duurzaamheid en de totale kosten over de levensduur. Wie maakt wat hij zelf moet onderhouden, maakt andere keuzes. Wie inkoopt wat hij straks moet vervangen, koopt anders in. Men adviseert niet om het adviseren. De neuzen staan dezelfde kant op, en er kan in het werk besloten welke afslagen er genomen kunnen worden. Dat stimuleert initiatief en innovatie, zeggen ze daar. Prima.

Wie maakt wat hij zelf moet onderhouden, maakt andere keuzes.

Dat zette me aan het denken. Is die ogenschijnlijk ouderwetse technische dienst, die huismeester 2.0 die mijn gebouw permanent in de smiezen houdt en als een vriend in plaats van een parasiet opereert, misschien helemaal niet zo’n gek idee. Leve de conciërge, leve de technische dienst, maar dan in een modern jasje: een beheerder die meet, maakt en monitort. Die vriendelijke allemansvriend met snor, die na een zware kantoordag naast een tochtende kier in het raam tegen je zegt: “Ik zal er morgen even naar kijken, dat komt helemaal goed.”

Over Eddy Buiting

Eddy Buiting (1977) is hoofdredacteur van deze site, Installatie en Sanitair en Bouwproducten.nl, allen producten van Eisma Bouwmedia. Studeerde Journalistiek en Voorlichting in Tilburg, was o.a. dagbladjournalist, en inmiddels al 14 jaar tot over de oren in de uitvoerende bouwvakbladen. Observeert, constateert, vraagt, ervaart en schrijft. In vrije tijd zowel sportfanaat als bourgondiër en niet vies van een kwinkslag.

Bekijk alle berichten van Eddy Buiting

1 reactie op “Leve de technische dienst

  1. Lars Boelen schreef:

    Het is ook een heerlijke rol, die van onafhankelijk adviseur en als kritische vriend van de gebruiker/eigenaar. Ik zou niet anders meer willen. Als ik een waterpomptang kon bedienen werd ik huismeester 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.